Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling, Domein belasting op arbeid en vermogen
Besluit van 12 maart 2004, CPP2003/1953M
De directeur-generaal Belastingdienst heeft namens de staatssecretaris van Financiën het volgende besloten.
De Belastingdienst heeft op 4 november 1993 een convenant gesloten met de werkgeversorganisaties in het beroepsgoederenvervoer, onderscheidenlijk:
- Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV)
- Transport Logistiek Nederland (TLN)
Het convenant heeft betrekking op vergoedingen als bedoeld in
- artikel 34 van de CAO Goederenvervoer Nederland (KNV)
- artikel 40 en 41 van de CAO voor het beroepsgoederenvervoer over de weg en verhuur van mobiele kranen (TLN)
Mede naar aanleiding van vragen vanuit de praktijk is alsnog besloten om het convenant te publiceren.
Met ingang van 1 januari 2001 is de regeling met betrekking tot vergoeden en verstrekken van maaltijden gewijzigd. Volledigheidshalve merk ik op dat die wijziging geen invloed heeft op de toepassing van het convenant.
De Voorzitter Raad van Bestuur Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) heeft mij meegedeeld dat de inhoud van dit besluit ook van toepassing is voor de premieheffing werknemersverzekeringen.
In onderdeel 2 is de tekst van het convenant, voorzover relevant, opgenomen met de bijbehorende voorbeelden. In onderdeel 3 is een antwoord op een vraag uit de praktijk opgenomen.
a. Definitie
De CAO-vergoeding wordt verstrekt voor de kosten onderweg bestaande uit
maaltijden, overige consumpties en overige diverse kleine uitgaven verbonden
aan de uitoefening van de dienstbetrekking. Hieronder vallen niet de kosten van
logies, inrichting van de cabine, koersverschillen en uitbetaalde fooien.
Het aandeel van de overige (in de winstsfeer volledig aftrekbare) kosten
bedraagt tien procent van de verstrekte CAO-vergoedingen.
b. Onbelast kan worden verstrekt:
Bij eendaagse ritten:
|
- korter dan 4 uur |
geen onbelaste vergoeding |
|
- langer dan 4 uur |
de lage CAO vergoeding |
|
- tussen 18.00 en 24.00 uur, indien vertrek vóór 14.00 uur |
de hoge CAO-vergoeding |
|
- indien vertrek na 14.00 uur en een diensttijd van ten minste 12 uur een toeslag van |
huidige CAO-vergoeding |
Bij meerdaagse ritten:
|
eerste dag |
de lage CAO-vergoeding |
|
- tussen 17.00 uur en 24.00 uur indien vertrek vóór 17.00 uur |
de hoge CAO-vergoeding |
|
tussentijdse dagen |
de CAO-etmaalvergoeding |
|
laatste dag |
de lage CAO-vergoeding |
|
- tussen 18.00 uur en 24.00 uur |
de hoge CAO-vergoeding |
|
- tussen 24.00 uur en 06.00 uur |
de lage CAO-vergoeding |
|
- tussen 24.00 uur en 06.00 uur indien aankomst na 12.00 uur |
de hoge CAO-vergoeding |
|
Vergoeding voor overstaan: |
huidige CAO-vergoeding voor overstaan |
c. In de bijlage is een aantal voorbeelden van de uitwerking van bovenstaande regel opgenomen.
d. Indexering
Aan de onbelastbaarheid van de hoge CAO-vergoeding bij eendaagse ritten en de
lage en hoge CAO-vergoeding bij meerdaagse ritten is de voorwaarde verbonden
dat deze vergoedingen (“in de komende vijf jaren”, dus) tot en met 1999, niet
zullen worden geïndexeerd. Alleen wanneer de inflatiecorrectie conform de CAO
in een jaar meer dan 2% bedraagt, kunnen de vergoedingen dienovereenkomstig
voor het gedeelte boven de 2% worden aangepast. Met ingang van 1999 kan de
inflatiecorrectie conform de CAO onverkort worden toegepast.
e. Aanvullende vergoedingen en
verstrekkingen
Ontvangt een werknemer naast de CAO-vergoeding nog aanvullende vergoedingen
en/of verstrekkingen voor de kosten onderweg, dan zal voor de vaststelling van
het (on)belaste karakter het totaal van de vergoedingen/verstrekkingen
inclusief de verschuldigde CAO-vergoeding in de beoordeling worden betrokken.
f. Ingangsdatum
De bovenstaande afspraken zullen ingaan per 1 januari 1994, met dien
verstande dat wanneer er op deze datum nog geen overeenstemming over een nieuwe
CAO zal zijn bereikt, de ingangsdatum uiterlijk 1 april 1994 zal zijn.
Voorbeelden voor uitwerking van de afspraak met de Belastingdienst over de CAO-vergoedingen voor het beroepsgoederenvervoer.
Voorbeeld
I (eendaagse rit)
Een chauffeur vertrekt op 9.00 uur en keert terug om 20.00 uur.
Onbelast uit te betalen vergoeding:
- 9.00 uur - 18.00 uur: lage CAO-vergoeding
- 18.00 uur - 20.00 uur: hoge CAO-vergoeding
Voorbeeld
II (eendaagse rit)
Een chauffeur vertrekt om 15.00 uur en keert terug om
20.00 uur.
Onbelast uit te betalen vergoeding:
- 15.00 uur - 20.00 uur: lage CAO-vergoeding
Voorbeeld
III (eendaagse rit)
Een chauffeur vertrekt om 15.00 uur en keert terug om
2.00 uur 's ochtends (totale diensttijd 11 uur).
- 15.00 uur - 2.00 uur: lage CAO-vergoeding
Voorbeeld
IV (eendaagse rit)
Een chauffeur vertrekt om 15.00 uur en keert terug om
4.00 uur 's ochtends (totale diensttijd 13 uur).
- 15.00 uur - 4.00 uur: lage CAO-vergoeding
- de extra toeslag bij een diensttijd van meer dan 12 uur
Voorbeeld
V (meerdaagse rit)
Een chauffeur vertrekt op maandag om 20.00 uur en komt
terug op vrijdag om 9.00 uur.
- maandag 20.00 uur - 24.00 uur: lage CAO-vergoeding
- dinsdag t/m donderdag: etmaalvergoeding
- vrijdag 0.00 uur - 9.00 uur: lage CAO-vergoeding
Voorbeeld
VI (meerdaagse rit)
Een chauffeur vertrekt op maandag om 9.00 uur en komt terug op vrijdag om 17.00
uur.
- maandag 9.00 uur -17.00 uur: lage CAO-vergoeding
- maandag 17.00 uur - 24.00 uur: hoge CAO-vergoeding
- dinsdag t/m donderdag: etmaalvergoeding
- vrijdag 0.00 uur - 6.00 uur: hoge CAO-vergoeding
- vrijdag 6.00 - 17.00 uur: lage CAO-vergoeding
Voorbeeld
VII (meerdaagse rit)
Een chauffeur vertrekt op maandag om 2.00 uur 's morgens en komt terug op
vrijdag om 22.00 uur.
- maandag 2.00 uur - 17.00 uur: lage CAO-vergoeding
- maandag 17.00 uur - 24.00 uur: hoge CAO-vergoeding
- dinsdag t/m donderdag: etmaalvergoeding
- vrijdag 0.00 uur - 6.00 uur: hoge CAO-vergoeding
- vrijdag 6.00 - 18.00 uur: lage CAO-vergoeding
- vrijdag 18.00 - 22.00 uur: hoge CAO-vergoeding
Vanuit de praktijk is de vraag gesteld over de toepassing van het convenant bij een rit waarvan een overtocht per boot onderdeel uitmaakt. Tijdens de overtocht verblijven de chauffeurs aan boord terwijl sprake is van de volgende omstandigheden:
- de chauffeurs kunnen op de boot onbeperkt eten en drinken;
- alle kosten van de overtocht (inclusief maaltijden en consumpties) worden door de werkgever betaald;
- de chauffeurs ontvangen een CAO-vergoeding voor de uren dat zij onderweg zijn. In feite vindt daardoor voor de duur van de overtocht een samenloop plaats van vergoeding en verstrekking.
Wat zijn hiervan de gevolgen voor toepassing van het convenant zoals bedoeld in onderdeel 2?
Dan is onderdeel 2, onder e van dit besluit van toepassing. Dat betekent, dat wanneer de werknemer naast de CAO-vergoeding tevens aanvullende vergoedingen en/of verstrekkingen ontvangt voor de kosten onderweg, de werkgever voor de vaststelling van het (on)belaste karakter het totaal van de vergoedingen/verstrekkingen inclusief de verschuldigde CAO-vergoeding in de beoordeling moet betrekken.
Uit praktische overwegingen is het echter ook toegestaan om de meerdaagse rit te splitsen in:
a. Niet-boot-dagen: hiervoor is het convenant onverkort van toepassing.
b. Boot-dagen: de onbelaste vergoeding van het convenant is niet van toepassing. Het is aan de inhoudingsplichtige om aannemelijk te maken dat er geen sprake is van een bovenmatige vergoeding. Recent overleg met CAO-partijen heeft uitgewezen dat de praktijk op dit punt zo gevarieerd is, dat daarover geen collectieve afspraak haalbaar is.
Voor de goede orde merk ik nog het volgende op. Werknemers die onder de CAO vallen hebben recht op een CAO-vergoeding. Het is daarom niet mogelijk dat een werkgever de werknemer voor de duur van de overtocht een lagere vergoeding geeft dan waar de werknemer recht op heeft waarbij het verschil met de vergoeding waarop men recht heeft wordt aangemerkt als een eigen bijdrage van de werknemer voor het eten en drinken tijdens de overtocht (met als doel daardoor de additionele verstrekking te neutraliseren). Het totaal van de vergoedingen en verstrekkingen gedurende de overtocht moet worden beoordeeld, inclusief de vergoeding waarop de werknemer recht heeft. Zie onderdeel 2.e. van het convenant.