|
< M e n u |
| Fiscaal jargon loonheffingen (sorteren: klik kolomkop) |
| MvM ID | Jargon | Vindplaats | Betekenis | Bron (o.m.) | Toelichting |
|---|---|---|---|---|---|
| 9999999 | zzzzzzz | zzzzzzzzzzzzzzzzzzz | zzzzzzzzzzz | zzzzzzzzzzz | zzzzzzzzzzz |
| 001J | Niet | 5,1 Wet LB e.v. | = 0% | Gezond verstand | Opm.: Een groep hoofdzakelijk niet in NL wonende personen is iets anders dan een groep niet hoofdzakelijk in NL wonende personen. |
| 005J | Onbetekenend | Zie: Betekenende mate (1) en Betekenende mate (2). | |||
| 006J | Onbeduidend | Zie: Bijkomstig (1). | |||
| 010J | Aanmerkelijk | 4,d Wet LB e.v. | ≥ 5% | 4.6,a Wet IB 2001 | Wettelijke definitie van aanmerkelijk belang. |
| 015J | Vast (1) | 6,2,a Wet LB e.v. | ≥ 30 dagen | 6,3,a Wet LB | Betreft wettelijke definitie van een vaste inrichting. |
| 016J | Verwaarloos- baar | 15b,1,s Wet LB | < 10% | TK, 2004-2005, 29767, nr. 14 | BP2005, Nota n.a.v. het verslag: "(...) aannemelijk maken dat er geen sprake is van privé-gebruik of niet meer dan een verwaarloosbaar privé-gebruik. Indien de werkgever het (nagenoeg) zakelijk gebruik niet aannemelijk kan maken dan is de computer geheel belast." Zie: Nagenoeg. |
| 017J | Gering | Zie: Bijkomstig (2). | |||
| 018J | Bijkomstig (1) | < Beduidend | CRvB, 10/1/1990, Premie 1987/71 (RSV 1990/265) | CRvB: "(...) niet gezegd kan worden dat de werkzaamheden van B. voor hem van bijkomstige aard waren. (...) de niet onbeduidende hoogte van de inkomsten die B. voor zijn werkzaamheden ontving, (...) dat hij aan deze werkzaamheden drie a vier dagen per week besteedde." | |
| 019J | Bijkomstig (2) | 3,1,c Wet LB | = Relatief gering | Hof A'dam, 13/2/1996, 94/2995 (VN 1996/2456, pt. 23) | Hof A'dam: "(...) sprake is van een voor hem bijkomstige werkzaamheid. Aannemelijk is dat de door F bestede tijd relatief gering is geweest terwijl voorts het bedrag, gerelateerd aan inkomsten die men in het algemeen in een jaar pleegt te genereren om te voorzien in het levensonderhoud, ook gering te achten is." |
| 020J | Bijkomstig (3) | 13a,2 Wet LB | ≤ 10% | Hof A'dam, 26/5/1998, P97/0456 HR, 3/3/1999, 34535 Besluit, 7/12/2005, CPP2005/2637M |
Betreft genietingsmoment. Hof A'dam: 10% is niet meer dan bijkomstig. HR: idem; het begrip heeft een relatieve en geen absolute betekenis. Besluit betreft vrije vergoeding van internet. |
| 021J | Relatief gering | Zie: Bijkomstig (2). | |||
| 022J | Beduidend | Zie: Bijkomstig (1). | |||
| 025J | Kwalitatief bijkomstig | < Kernactiviteiten (i.i.g.) | HR, 20/10/2006, 41463 | A-G: "Nu dit overeenkomt met de kernactiviteiten van G als geheel, kan bij objectieve beschouwing in redelijkheid niet worden gezegd dat de voortgezette activiteiten 'kwalitatief bijkomstig' waren in het geheel van de onderneming van H." | |
| 026J | Bijkomstig, meer dan | 15b,1,f Wet LB | > 10% | TK, 2005-2006, 30577, nr. 3 | MvT: "Voorgesteld wordt om vergoedingen en verstrekkingen ter zake van telefoon, internet en vergelijkbare communicatiemiddelen tot de vrije vergoedingen en verstrekkingen te rekenen indien er sprake is van meer dan bijkomstig zakelijk gebruik. Meer dan bijkomstig zakelijk gebruik staat voor een gebruik dat meer dan 10% zakelijk is." |
| 030J | Kortstondig | ≤ 6 aaneengesloten weken | Besluit, 7/12/2005, CPP2005/2433M | Betreft vaste reiskostenvergoeding. Besluit: "Van kortstondige afwezigheid is sprake als in redelijkheid een afwezigheid van maximaal zes aaneensluitende weken is te verwachten." |
|
| 033J | Binnenkort | 8 Wet IB 1964 | < 6 jaren | EK, 1985-1986, 18915, nr. 82b | Betreft landbouwvrijstelling (tot 2001) MvA: "Het begrip 'binnenkort' in genoemde wetsbepaling heeft inhoud gekregen in de fiscale praktijk. De rechtspraak ter zake is derhalve een leidraad voor de toepassing van dat begrip bij bestemmingswijzigingen. Uit de rechtspraak komt naar voren dat de periode om nog te kunnen spreken van 'binnenkort' korter moet zijn dan zes jaren." |
| 035J | Enigszins belangrijke mate | 15b Wet VPB | ≥ 15% | HR, 8/2/2002, 36358 | Betreft conclusie A-G, n.a.v. Kamerstukken II, 1995/96, 24 696, nr. 3, blz. 38. |
| 040J | Tijdelijk | 15a,1,j Wet LB | ≤ 10 jaar | 9b UBLB | Wettelijke definitie. |
| 045J | Betekenende mate (1) | ≥ 25% | Hof Den Haag, 29/10/1991, 91/1470 (VN 1992/598, pt. 11) | Hof Den Haag: "6.2. Partijen zijn het erover eens dat sprake is van "in betekenende mate" indien de verkopen op de vrije markt ten minste 25% bedragen van de totale verkopen (...). 6.3. (...) is het Hof van oordeel dat dit standpunt van partijen juridisch niet onjuist is (...)." |
|
| 046J | Substantieel (1) | ≥ 25% | Verordening (EG) Nr. 987/2009, 16-09-2009 | EU: "In het kader van een algemene beoordeling geldt een aandeel van minder dan 25 % voor de bovengenoemde criteria als indicatie dat een substantieel gedeelte van de werkzaamheden niet in de betrokken lidstaat wordt verricht." Zie: Substantieel (2). |
|
| 050J | Incidenteel | Zie: Betekenende mate (2), Doorgaans (4) en Incidenteel en ondergeschikt. | |||
| 051J | Ondergeschikt | Zie: Incidenteel en ondergeschikt. | |||
| 052J | Incidenteel en ondergeschikt | 32,2 URLB 2001 | = 1 keer per kwartaal / 4 keer per jaar (i.i.g.) | TK, 2006-2007, 30577, nr. 7 | Paarse Krokodil, Nota n.a.v. het verslag: "De Orde gaat in op de vraag wat hier onder incidenteel en ondergeschikt moet worden verstaan en noemt daarbij als voorbeeld het een keer per kwartaal bezoeken van een theater. Naar aanleiding daarvan merk ik op dat het begrip incidentele activiteiten en ondergeschikte voorzieningen niet exact kan worden gedefinieerd. Een gezamenlijk bezoek per kwartaal aan een theater valt er onder, maar de seizoenkaarten voor het theater niet." Zie: Incidenteel en Ondergeschikt. |
| 055J | Betekenende mate (2) | > Incidenteel | Hof A'dam, 18/7/2001, 99/03713 | Hof A'dam: "(...) acht het Hof, minst genomen, aannemelijk dat tijdens daluren niet alleen door belanghebbende, maar daarnaast ook in betekenende mate - dat wil zeggen anders dan incidenteel - door één of meer werknemers werkzaamheden werden verricht." Zie: Incidenteel. |
|
| 060J | Aanmerkelijk lager | 33,3 URLB 2001 | > 25% | HR, 26/5/1999, 34230 | Betreft besparing, die aanmerkelijk lager moet zijn dan huurwaarde voor beschikking. |
| 065J | Aanzienlijk | 19 Wet LB | = 30% | Besluit, 26/11/2001, CPP2001/2970M (vervallen) | De 30%-marge is (was?) de invulling van "aanzienlijk lager" in art. 19 Wet LB. |
| 070J | Belangrijke mate | 12a Wet LB 30,1,b URLB 2001 |
≥ 30% | HR, 17/9/2004, 38378 | Betreft de gebruikelijkloonregeling en de werkruimteregeling. |
| 075J | Over het algemeen | Zie: Doorgaans (1). | |||
| 080J | Doorgaans (1) | 2b UBLB 2c UBLB |
= Over het algemeen | Resolutie, 19/12/1973, B73/27416 | Betreft thuiswerkers en gelijkgestelden. Resolutie: Doorgaans ziet op het te verwachten arbeidspatroon. "(...) de beloning, die over het algemeen (doorgaans) ten minste de vereiste hoogte moet hebben." |
| 085J | Doorgaans (2) | 2b UBLB 2c UBLB |
> 50% | Hof Den Haag 9/2/1995, Infob 95/314 | Betreft thuiswerkers en gelijkgestelden. Hof Den Haag: Fictieve dienstbetrekking voor een thuiswerker die meer dan de helft van de gewerkte maanden ten minste 2/5 van het minimumloon ontvangt. |
| 090J | In de regel | Zie: Doorgaans (3). | |||
| 095J | Doorgaans (3) | 14a Wet LB | = In de regel | Hof A'dam, 8/2/2005, 04/01325 | Betreft de zeedagenaftrek. Hof A'dam: "Nu voorts de parlementaire geschiedenis ter zake van de betekenis van het begrip 'doorgaans' weinig aanknopingspunten biedt, staat het Hof in de eerste plaats een grammaticale uitleg van dat begrip voor. 'Doorgaans' dient dan te worden opgevat als 'in de regel', zonder dat aan de aard van de daarbij in aanmerking te nemen bijzondere omstandigheden een meer specifieke inhoud wordt verlangd." |
| 100J | Doorgaans (4) | 14a Wet LB | > Incidenteel | Hof A'dam, 8/2/2005, 04/01325 | Betreft de zeedagenaftrek. Hof A'dam: "Mede gelet op het hoge aantal zeedagen in 1999, komt het het Hof voorts aannemelijk voor dat het relatief lage aantal zeedagen in 2002 incidenteel is." |
| 105J | Grotendeels | 11,1,t Wet LB e.v. | > 50% | TK, 2005-2006, 30306, nr. 3 | BP2006, MvT: "De faciliteit is alleen van toepassing als de kosten van het speciaal georganiseerd tijdelijk vervoer door het bedrijfsleven en de overheid gezamenlijk wordt gedragen, waarbij de overheid vanwege de dreigende verkeershinder door wegwerkzaamheden meer dan de helft voor haar rekening neemt." Zie: Overwegend. |
| 110J | Overwegend | > 50% | NvT, op 9 UBLB | NvT: "(...) overwegend (in de fiscale terminologie: grotendeels, voor meer dan 50%) (...)" | |
| 115J | Voornamelijk | > 50% | Besluit, 19/12/2002, DGB02/7237 | Besluit: "Onder de vaste term voornamelijk wordt, zoals gebruikelijk in de fiscale regelgeving, verstaan meer dan 50%." | |
| 120J | Substantieel (2) | = 65% (i.i.g.) | HR, 12/3/1997, 29479 | HR: "3.4. Vaststaat dat belanghebbende in 1990 op de beurs 3.758.478 eigen aandelen kocht en 2.463.752 eigen aandelen verkocht. (...) Een en ander laat geen andere conclusie toe dan dat in 1990 in ieder geval een substantieel deel van de ingekochte aandelen door belanghebbende slechts als tijdelijke belegging is aangehouden." Zie: Substantieel (1). |
|
| 125J | Doorgaans (5) | ≥ 70% | Besluit, 7/12/2005, CPP2005/2433M | Besluit: "Een werknemer reist op jaarbasis doorgaans naar een vaste arbeidsplaats als hij de desbetreffende arbeidsplaats op jaarbasis vermoedelijk ten minste 36 weken (70% x 52 weken) zal bezoeken." | |
| 130J | Duidelijk belangrijker | Zie: In hoofdzaak. Zie: Duidelijk hoger. |
|||
| 135J | In hoofdzaak | 17a,1,c Wet LB | = Duidelijk belangrijker | Hof A'dam, 25/2/2005, 04/01983 | Hof A'dam: "7. Verstrekkingen hebben een in hoofdzaak ideële waarde, indien voor de werknemer die de verstrekking geniet deze ideële waarde duidelijk belangrijker is dan de gebruikswaarde of de bij eventuele verkoop te verwachten opbrengst (geldwaarde)." |
| 140J | Hoofdzakelijk | 5b Wet LB e.v. | ≥ 70% | HR, 30/9/2005, 38702 | A-G: "IV. Er bestaat twijfel of de Staatssecretaris met het geciteerde besluit correct uitvoering gaf aan de beschikking van de Commissie, die de eis stelt dat de sleepwerkzaamheden hoofdzakelijk (dat betekent naar Nederlandse maatstaven 70%) op zee worden uitgevoerd, terwijl de Staatssecretaris het criterium "voornamelijk" (50%) hanteert." |
| 145J | Min of meer | ≥ 70% | Besluit, 7/12/2005, CPP2005/2433M | Besluit: "Om de praktijk tegemoet te komen is er een praktische regeling op grond waarvan voor werknemers met een min of meer vaste arbeidsplaats eenvoudig een vaste vrije vergoeding voor reiskosten kan worden vastgesteld (...)" Zie: Doorgaans (5). |
|
| 150J | Nagenoeg | 2,4 Wet LB e.v. | ≥ 90% | HR, 20/10/2006, 41463 | A-G: "(...) acht het hof in ieder geval onjuist de stelling van belanghebbende dat het Besluit geacht moet worden het in een geval van voortzetting te verwaarlozen gedeelte op 10% te hebben willen stellen. Een dergelijk percentage wordt in het Besluit niet genoemd en kan ook niet redelijkerwijs daarin gelezen worden, te minder nu de uitdrukkingen 'nagenoeg geheel' en 'nagenoeg uitsluitend', waarop belanghebbende zich in dit verband beroept, in het Besluit niet voorkomen." |
| 152J | Waarschijnlijk (1) | 8 Wet IB 1964 | < Volstrekt zeker | EK, 1985-1986, 18915, nr. 82b | Betreft landbouwvrijstelling (tot 2001) MvA: "Dezelfde leden vragen in dit verband hoe het begrip 'waarschijnlijk' geïnterpreteerd moet worden. Ten antwoord op die vraag wil ik opmerken, dat ook dat begrip door de rechtspraak inzake meergenoemd artikel 31, derde lid, inhoud heeft gekregen en wel in die zin, dat het erom gaat wat op het moment van de verkooptransactie kon worden verwacht; een volstrekte zekerheid is niet vereist." |
| 153J | Waarschijnlijk (2) | 8 Wet IB 1964 | < Absoluut vast | EK, 1985-1986, 18915, nr. 82b | Betreft landbouwvrijstelling (tot 2001) MvA: "Met de term 'waarschijnlijk' wordt - zoals in die memorie is gesteld - beoogd duidelijk te maken, dat het niet alleen gaat om situaties waarbij op het moment van vervreemding van de grond door een agrariër al vaststaat dat deze binnenkort een andere bestemming zal krijgen, maar ook om situaties waarbij dat niet absoluut vaststaat, maar er wel een redelijke kans op is." |
| 154J | Waarschijnlijk (3) | 8 Wet IB 1964 | ≥ Redelijke kans | EK, 1985-1986, 18915, nr. 82b | Betreft landbouwvrijstelling (tot 2001) Zie bij: Waarschijnlijk (2). |
| 155J | Geheel | 2,3 Wet LB e.v. | = 100% | Gezond verstand | |
| 160J | Uitsluitend | 2,6 Wet LB e.v. | = 100% | Gezond verstand | |
| 165J | Vast (2) | 2,6 Wet LB e.v. | = 100% | Gezond verstand | Zie: Min of meer. |
| 166J | Zeker | = 100% | Gezond verstand | Zie: Waarschijnlijk (1). | |
| 167J | Volstrekt | = 100% | Gezond verstand | Zie: Waarschijnlijk (1). | |
| 168J | Absoluut | = 100% | Gezond verstand | Zie: Waarschijnlijk (2). | |
| 175J | Excessief | 3.20 Wet IB 2001 13bis Wet LB |
= duidelijk hoger | TK, 2008-2009, 31704, nr. 3 | BP2009, MvT: "De woorden “ten minste” zijn belangrijk, omdat daarmee excessief privégenot kan worden belast. (...) Er zal slechts sprake zijn van een hogere vaststelling van de onttrekking indien de onttrekking duidelijk hoger is dan 25% van de waarde van de auto." Zie: Duidelijk hoger. |
| 176J | Duidelijk hoger | 3.20 Wet IB 2001 13bis Wet LB |
≥ 120% (i.i.g.) | TK, 2008-2009, 31704, nr. 3 | BP2009, MvT: "De op jaarbasis in aanmerking te nemen onttrekking van een auto met een zeer lage CO2-uitstoot met een waarde van € 25 000 waarbij de werkelijke waarde van het gebruik voor privédoeleinden € 7 500 bedraagt, hetgeen hoger is dan € 6 250 (25% van € 25 000), wordt dus niet langer gesteld op 14% van € 25 000 = € 3 500, maar op € 7 500 -/- € 11% van € 25 000 = € 4 750." Zie: Excessief. Zie: Duidelijk belangrijker. |