Toepassing 30%-regeling in relatie tot de inwonersdefinitie in het belastingverdrag Nederland-VS en andere Nederlandse belastingverdragen

Directoraat-generaal voor Fiscale Zaken, directie internationale fiscale zaken

 

Besluit van 1 februari 2002, nr. IFZ 2001/1203M

 

De directeur-generaal voor Fiscale Zaken heeft namens de staatssecretaris van Financiën het volgende besloten.

 

Dit besluit dient ter vervanging van de mededeling van de staatssecretaris van Financiën van 15 juli 1994, nr. IFZ1994/770M.

 

Tijdens de parlementaire behandeling van de goedkeuringswet van het Nederlands-Amerikaanse belastingverdrag (Stb. 1993, 612) zijn in de Tweede Kamer der Staten-Generaal vragen gesteld over de toepassing van dat verdrag op ingekomen werknemers die de Amerikaanse nationaliteit bezitten en die gebruik maken van de forfaitaire tegemoetkomingsregeling voor in het buitenland geworven deskundigen. Naar aanleiding van deze vragen is, met betrekking tot naar Nederland uitgezonden Amerikaanse deskundigen die gebruik maken van de 35%-regeling en opteren voor de fictieve buitenlandse belastingplicht, voor de toepassing van het Nederlandse belastingverdrag met de VS door mij uiteengezet dat die werknemers op grond van artikel 4, eerste lid, van dat verdrag als inwoners van de VS worden aangemerkt.

Inmiddels is de 35% regeling vervallen en met ingang van 1 januari 2001 vervangen door de in de artikel 15a, lid 1, onderdeel k, van de Wet op de loonbelasting 1964 opgenomen 30%-regeling. Dienaangaande wordt het volgende opgemerkt, waarbij zij aangetekend dat een en ander in gelijke mate geldt voor werknemers die Amerikaans staatsburger zijn en voor werknemers die houder zijn van een geldige zogenoemde “green card”. De laatste categorie personen wordt voor de toepassing van de Amerikaanse belastingwetgeving aangemerkt als “lawful permanent resident”.

 

Amerikaanse werknemers, die naar Nederland zijn gekomen voor het hier te lande vervullen van een dienstbetrekking en feitelijk in Nederland wonen, worden in beginsel beschouwd als inwoners van Nederland. Deze Amerikaanse werknemers worden op grond van artikel 4, eerste lid, van het belastingverdrag met de VS door dat land overigens ook als inwoners van de VS aangemerkt.

 

Deze personen kunnen voor de belastingheffing in Nederland vanaf 1 januari 2001 op grond van artikel 2.6 van de Wet inkomstenbelasting 2001 in verband met artikel 11 Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 kiezen voor gehele of gedeeltelijke toepassing van de regels voor buitenlandse belastingplichtigen. Als gevolg van deze keuze wordt een uit de VS afkomstige deskundige met de Amerikaanse nationaliteit bij wijze van fictie beschouwd als inwoner van de VS. Het recht tot belastingheffing over diens in Nederland in dienstbetrekking bij een Nederlandse inhoudingsplichtige verworven inkomsten uit werk en woning is in artikel 16 van het Nederlands-Amerikaanse belastingverdrag aan Nederland toegewezen. De belastingheffing in Nederland geschiedt met inachtneming van de in artikel 15a, lid 1, onderdeel k, van de Wet op de loonbelasting 1964 opgenomen 30%-regeling. Daardoor wordt bereikt dat - overeenkomstig de doelstellingen van het belastingverdrag met de VS - geen risico van dubbele belastingheffing over het arbeidsinkomen van de desbetreffende werknemers ontstaat. Tevens wordt de doelstelling van de 30%-regeling (die nader is uitgewerkt in hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965) voor ingekomen werknemers zoveel mogelijk gerealiseerd.

Volledigheidshalve wordt opmerkt dat ook feitelijk in het buitenland wonende buitenlandse belastingplichtigen, die hier te lande werkzaam zijn, aanspraak kunnen maken op de 30%-regeling mits zij voldoen aan de daarvoor gestelde voorwaarden in artikel 15a, lid 1, onderdeel k, van de Wet op de loonbelasting 1964.

 

Dit besluit treedt in werking met ingang van het belastingjaar 2001.