Loonheffingen. Correctieverplichting

Besluit / beleidsregel, Fiscaal | 08-03-2010 | Loonbelasting en premieheffing

Loonheffingen. Correctieverplichting

Directoraat-generaal Belastingdienst, Brieven en beleidsbesluiten

Besluit van 8 maart 2010, nr. DGB2010/565M, Staatscourant 2010, 3990

De minister van Financin heeft het volgende besloten.

Dit besluit is een actualisering van het besluit van 14 mei 2007, nr. CPP2007/480M. Het besluit bevat een goedkeuring voor de loonheffingen om in bepaalde gevallen correctieberichten op werknemersniveau achterwege laten. In die gevallen is doorwerking naar de polisadministratie niet nodig. Aan de voorbeelden wanneer correctie achterwege kan blijven is er n toegevoegd en de overgangsregeling 2006-2007 is niet meer opgenomen. De overige wijzigingen zijn louter redactioneel en hebben geen inhoudelijke betekenis.

1. Inleiding

De Belastingdienst heft naast de loonheffing ook de premies werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw. De heffing vindt plaats door middel van afdracht van de ingehouden loonheffingen waarvoor de werkgever n gecombineerde aangifte indient. Deze aangifte, met onder meer loongegevens van werknemers, is een belangrijke leverancier voor de zogenoemde polisadministratie. De polisadministratie is een bron van gegevens over arbeids- en uitkeringsverhoudingen voor verschillende partijen, zoals de Sociale verzekeringsbank, het UWV en de Belastingdienst. Dit betekent dat de polisadministratie zoveel mogelijk de juiste en actuele gegevens moet bevatten per werknemer per tijdvak. Om dit te bewerkstelligen is het nodig dat de werkgever onjuistheden of onvolledigheden in de loonaangifte corrigeert. Dit moet de werkgever doen via zogenoemde correctieberichten voor correcties in de loonsfeer sinds 1 januari 2006 (zie artikel 28a, eerste en tweede lid, van de Wet LB). In bepaalde gevallen zijn correcties op individueel werknemersniveau niet eenvoudig te maken. Het alsnog individualiseren kan dan gepaard gaan met onevenredige hoge administratieve lasten voor de werkgever, die niet in verhouding staan tot het belang van de correctie voor de werknemer. In de praktijk blijkt daarom behoefte te bestaan aan beleid in welke gevallen correctieberichten op werknemersniveau achterwege kunnen blijven. Dit heeft voor een verzekerde geen invloed op het recht op inzage in de polisadministratie en de correctie van eventuele onjuistheden. Evenmin benvloedt dit de wettelijke plicht van de verzekerde om eventuele onjuistheden aan UWV te melden (zie artikel 33c van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen).

In onderdeel 2 van dit besluit geef ik aan wanneer de Belastingdienst correctieverplichtingen op werknemersniveau oplegt en onder welke omstandigheden dat niet nodig is. In verband hiermee bevat onderdeel 2 een goedkeuring onder voorwaarden voor bepaalde situaties waarin werkgevers niet op werknemersniveau hoeven te corrigeren. Hierbij staat voorop dat correctie op werknemersniveau wel nodig is als anders onevenredige nadelen zouden optreden voor de betrokken werknemers.

1.1. Gebruikte begrippen en afkortingen

bijdrage Zvw

inkomensafhankelijke bijdrage ingevolge de Zorgverzekeringswet

loonheffing

loonbelasting/premie volksverzekeringen

loonheffingen

loonheffing, premies werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet

werkgever

inhoudingsplichtige voor de loonheffingen

Wet LB

Wet op de loonbelasting 1964

Wfsv

Wet financiering sociale verzekeringen

2. Wanneer correctieverplichting op persoonsniveau

De Belastingdienst heft naast loonheffing ook de premies werknemersverzekeringen (zie artikel 57 van de Wfsv) en de bijdrage Zvw (zie artikel 48 van de Zvw).

Hoofdregel is dat de Belastingdienst bij constatering van een onjuiste of onvolledige aangifte loonheffingen de werkgever een correctieverplichting oplegt (zie artikel 28a, tweede lid, van de Wet LB). Dit leidt ertoe dat de werkgever alsnog de juiste en volledige gegevens op werknemersniveau verstrekt, door de geconstateerde fouten per werknemer per tijdvak te corrigeren. Deze correctie van nominatieve gegevens werkt door naar de polisadministratie. In de wet Overige fiscale maatregelen 2009 (Stb. 2008, 566) is geregeld dat de correctieberichten die betrekking hebben op een tijdvak van een lopend kalenderjaar vervallen. De werkgever moet onjuistheden herstellen in een latere aangifte in dat jaar. Deze vereenvoudiging zal echter niet worden ingevoerd vr 2012.
Het kan voorkomen dat loon, mede gelet op het aantal werknemers, moeilijk te individualiseren is. Dit kan zich onder meer voordoen als de Belastingdienst steekproefsgewijs de loonadministratie van de werkgever controleert en fouten constateert. In dat geval kan een correctieverplichting op werknemersniveau leiden tot zware administratieve lasten voor de werkgever. Die administratieve lasten kunnen onevenredig zijn ten opzichte van de eventuele belangen van werknemers bij een juiste verwerking in de polisadministratie. Dit is niet wenselijk.

Voor de heffing van loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen kent de wet in die gevallen de mogelijkheid van naheffing via eindheffing. Dit is een heffing van de werkgever. Hierbij past geen doorwerking naar de loongegevens op werknemersniveau. Die doorwerking is echter volgens de hoofdregel (zie hiervoor) wel aan de orde als werknemers daarbij in uitkeringsituaties belang kunnen hebben. Dit neemt niet weg dat ook voor de premieheffing werknemersverzekeringen en de bijdrage Zvw de noodzaak bestaat in de hiervoor geschetste gevallen te heffen zonder dat sprake is van doorwerking naar de gegevens op werknemersniveau. Gelet op een redelijke wetstoepassing heb ik daarom besloten voor de praktijk nadere regels te geven in welke gevallen correctieberichten op werknemersniveau achterwege kunnen blijven. Die regels zijn opgenomen in de goedkeuring in onderdeel 3.

3. Goedkeuring

Goedkeuring

Ik keur in de volgende gevallen onder een tweetal voorwaarden goed dat een werkgever correctie op werknemersniveau achterwege laat:

- De inspecteur heft loonheffing na via eindheffing over 2006 of latere jaren.

- Het betreft loonbestanddelen (of tariefsverschillen) die niet of moeilijk individualiseerbaar zijn en zich daarom in het geval van naheffing van loonheffing zouden lenen voor naheffing via eindheffing.

Voorwaarden

Er zijn twee voorwaarden verbonden aan deze goedkeuring:

1. De werkgever dient aan de inspecteur aannemelijk te maken dat er geen onevenredig nadelige effecten optreden voor de eventuele uitkeringsrechten werknemersverzekeringen van de betrokken werknemers. Dit licht ik hierna toe aan de hand van enkele voorbeelden.

2. De werkgever betaalt het bedrag aan premies werknemersverzekeringen en bijdrage Zvw, dat hij verschuldigd zou zijn als voor die loonbestanddelen correctie op werknemersniveau zou plaatsvinden. De belastingdienst legt hiervoor een naheffingsaanslag op.

Voorbeelden

Onderstaande voorbeelden zijn bedoeld als handvatten voor de praktijk. Toepassing van de goedkeuring is mogelijk voor zover het gaat om:

- loonbestanddelen van werknemers met een loon dat op jaarbasis meer bedraagt dan het maximum premieloon voor de werknemersverzekeringen en het maximum van de grondslag voor de bijdrage Zvw;

- relatief geringe loonvoordelen of relatief geringe tariefsverschillen in meerdere loontijdvakken;

- loonbetalingen aan anonieme werknemers waarbij niet bekend is wie het betreft en wat die persoon aan loon heeft genoten.

- naheffingen van niet meer dan het bedrag genoemd in artikel 9.4, vijfde
lid, van de Wet IB 2001 (voor 2010 14), per werknemer, per kalenderjaar en
per naheffingsaanslag.

Ter verduidelijking merk ik hierbij op dat correctieberichten op individueel niveau niet aan de orde zijn voor eindheffingsbestanddelen als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdelen b tot en met h, van de Wet LB. Deze bestanddelen vormen geen loon voor de werknemersverzekeringen.

4. Ingetrokken regeling


Het besluit van 14 mei 2007, nr. CPP2007/480M is ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit.

5. Inwerkingtreding


Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met de dagtekening van dit besluit.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 8 maart 2010.

De minister van Financin.
mr.drs. J.C. de Jager.