Loonheffingen. Loonheffing. Afdrachtvermindering zeevaart

Besluit | 03-11-2006 | nr CPP06-1046

Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling, Sector brieven & beleidsbesluiten

Besluit van 3 november 2006, nr. CPP2006/1046M, Stcrt. nr. 218

De minister van FinanciŽn heeft het volgende besloten.

Dit besluit bevat de goedkeuring dat werkgevers voor bepaalde zeevarenden een afdrachtvermindering zeevaart van 40% mogen toepassen in plaats van 10%. Het betreft zeevarenden die onderworpen zijn aan de loonbelasting of premieplichtig zijn voor de volksverzekeringen en wonen in een van de landen behorende tot de EU/EER.

1. Inleiding

In de praktijk zijn vragen gerezen over het verschil in behandeling voor de afdrachtvermindering zeevaart, tussen zeevarenden die in Nederland wonen en zeevarenden die niet in Nederland wonen maar in een land dat behoort tot de EU of de EER. In de Tweede Kamer is bij de behandeling van het Belastingplan 2006 voor deze materie ook aandacht gevraagd (Kamerstukken II 2005/06, 30 306, nr. 6, blz.18).

In verband hiermee is in het Belastingplan 2007 de regeling afdrachtvermindering zeevaart opnieuw vormgegeven. De afdrachtvermindering is in overeenstemming gebracht met het gemeenschapsrecht en verder gestroomlijnd. Voor de in Nederland of in een ander land dat behoort tot de EU of EER wonende zeevarende die onderworpen is aan de loonbelasting of premieplichtig is voor de volksverzekeringen zal een zelfde percentage afdrachtvermindering gaan gelden van 40%.

Voorafgaand aan deze wetswijziging per 1 januari 2007 bevat dit besluit een goedkeuring waardoor werkgevers voor zeevarenden die aan loonbelasting zijn onderworpen of premieplichtig zijn voor de volksverzekeringen en in een land wonen dat behoort tot de EU/EER een afdrachtvermindering van 40% kunnen toepassen in plaats van 10%.

1.1. Gebruikte begrippen en afkortingen

EER

Europese Economische Ruimte (Noorwegen, IJsland en Liechtenstein)

EU

Europese Unie

loonheffing

loonbelasting/premie volksverzekeringen

loonheffingen

loonheffing, premies werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet

werkgever

inhoudingsplichtige voor de loonheffingen

WVA

Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen

2. Huidige wettelijke regeling

Een werkgever kan aanspraak maken op een afdrachtvermindering van 40% voor een zeevarende die in Nederland woont en onderworpen is aan de loonbelasting (zie artikel 17, tweede lid, onderdeel a, van de WVA). De afdrachtvermindering bedraagt echter 10% voor een zeevarende die niet in Nederland woont en onderworpen is aan de loonbelasting (zie artikel 17, tweede lid, onderdeel b, van de WVA). Het gaat hierbij om een relatief kleine groep zeevarenden die niet in Nederland woont en voor wie op grond van een bilateraal belastingverdrag het loon in Nederland aan de loonbelasting is onderworpen.

Voor de loonheffing verkeren beide groepen zeevarenden evenwel in dezelfde relevante omstandigheden. Beide groepen zijn namelijk onderworpen aan de loonbelasting en eveneens aan de premies volksverzekeringen (gezamenlijk de loonheffing genoemd). Voor de zeevarenden uit een EU- of EER-land geldt namelijk de hoofdregel dat zij verzekerd zijn in het vlagland (EEG verordening nr. 1408/71).

Het gemaakte onderscheid levert spanning op met het gemeenschapsrecht voor de groep zeevarenden die in een land woont dat behoort tot de EU- of de EER. Dit is niet wenselijk. In het Belastingplan 2007 is de afdrachtvermindering zeevaart daarom opnieuw geformuleerd. Deze herformulering neemt dit onderscheid weg.

De herformulering in het Belastingplan 2007 ziet ook op de overige zeevarenden die in een land wonen dat behoort tot de EU- of EER en die alleen premieplichtig zijn voor de volksverzekeringen. Voor deze groep zeevarenden bestaat eveneens spanning met het gemeenschapsrecht. De afdrachtvermindering voor deze categorie zeevarenden bedraagt nu namelijk ook 10% (zie artikel 17, tweede lid, onderdeel c, van de WVA).

3. Wetsvoorstel en goedkeuring

Over het onderscheid in de huidige wetgeving lopen gerechtelijke procedures. Ik vind het niet nodig om deze procedures voort te zetten. Het is daarbij gewenst om gelijke gevallen verder gelijk te behandelen door nu al aan te sluiten bij de voorgenomen wijzigingen in de afdrachtvermindering zeevaart. Hierom keur ik het volgende goed.

Goedkeuring

Ik keur goed dat een werkgever een afdrachtvermindering van 40% toepast als hij recht heeft op de afdrachtvermindering zeevaart voor een niet in Nederland wonende zeevarende die aan de loonbelasting is onderworpen. Voorwaarde hiervoor is dat het woonland van de zeevarende behoort tot de EU of de EER.

Tevens keur ik goed dat een werkgever voor een zeevarende die niet onderworpen is aan de loonbelasting en premieplichtig is voor de volksverzekeringen een afdrachtvermindering van 40% toepast. Voorwaarde hiervoor is dat deze zeevarende woont in een land dat behoort tot de EU of de EER.

Deze goedkeuring geldt ook voor aanslagen en afdrachten waarvoor de bezwaar- of beroepstermijn op de datum van inwerkingtreding van dit besluit nog niet is verstreken.

4. Inwerkingtreding en vervaldatum

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met de dagtekening van dit besluit.

Dit besluit vervalt met ingang van 1 januari 2007.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 3 november 2006,

de minister van FinanciŽn,
namens deze
mr. J. Thunnissen,
directeur-generaal Belastingdienst