Loonbelasting. Afdrachtvermindering Speur & Ontwikkelingswerk; berekening S&O-loon 2004 en 2005

Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling, domein Belastingen op arbeid en vermogen

 

Besluit van 1 februari 2005, nr. CPP2005/252M

 

De directeur-generaal van de Belastingdienst heeft namens de staatssecretaris van Financiën het volgende besloten.

 

De Werkgroep stroomlijning uitvoering WBSO (Wet bevordering speur- en ontwikkelingswerk) heeft op 29 oktober 2004 een rapport uitgebracht waarin ze aanbevelingen doet om de uitvoering van de WBSO te stroomlijnen. Op 15 december 2004 heb ik samen met de Minister van Economische Zaken het rapport aangeboden aan de Tweede Kamer. Daarbij heb ik aangegeven ernaar te streven de voorgestelde maatregelen zo snel mogelijk te laten ingaan. Een van de voorstellen van de werkgroep heeft betrekking op de berekening van het S&O-loon. Dat voorstel vraagt om een wetswijziging. Dit besluit bevat een goedkeuring vooruitlopend op die wetswijziging.

 

De Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie volksverzekeringen (Wva) regelt dat de S&O-afdrachtvermindering gelijk is aan: het S&O-loon ´ het percentage van de afdrachtvermindering. Voor de berekening van het S&O-loon bestaan twee methoden. De reguliere methode (artikel 21, eerste lid, tweede volzin van de Wva) en de vereenvoudigde methode (artikel 22 van de Uitvoeringsregeling afdrachtvermindering).

De reguliere methode

Bij de reguliere methode bestaat het S&O-loon uit het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking volgens kolom 14 van de loonstaat, zoals dat door de werknemer in het kalenderjaar is genoten terzake van S&O waarbij hij direct was betrokken. Ziektegelden, pensioenuitkeringen en WAO-uitkeringen kunnen als loon uit vroegere dienstbetrekking geen deel uit maken van het S&O-loon.

 

Voorbeeld
Een werknemer met een 36-urige werkweek geniet een jaarloon van € 48.680 dat als volgt is opgebouwd.

 

-     12 maandlonen

36.000

-     vakantiegeld

-

2.880

-     tantième

-

4.000

-     200 uur betaald overwerk

-

5.800

-     100 uur onbetaald overwerk

0

 

De werknemer verricht per jaar 550 uur aan S&O. Hiervan is 100 uur betaald overwerk en 50 uur onbetaald overwerk. De werknemer heeft 30 verlofdagen (6 weken).

 

Het S&O-loon voor een contractuur bedraagt:

 

€ 42.880

 

—————————————

= € 22,91

1872 (52 weken ´ 36 uur)

 

 

Het S&O-loon voor een uur betaald overwerk bedraagt:

 

€ 5.800

 

————

= € 29,00

200

 

 

Het S&O-loon voor een uur onbetaald overwerk bedraagt nihil.

 

Het totale S&O loon voor deze werknemer bedraagt nu:

 

-     400 contracturen ´ € 22,91 contractuurloon

=

9.164

-     100 betaalde overwerkuren ´ € 29 overwerkuurloon

=

-

2.900

-     50 onbetaalde overwerkuren

=

-

0

      totale S&O-loon

 

12.064

De vereenvoudigde methode

De reguliere berekeningsmethode vergt veel rekenwerk. De inhoudingsplichtige kan ervoor kiezen het S&O-loon te berekenen volgens de vereenvoudigde methode. Het S&O-uurloon wordt onder de vereenvoudigde methode berekend door het jaarloon uit tegenwoordige dienstbetrekking, aangevuld met het door de werkgever doorbetaalde ziekengeld van de betreffende werknemer, te delen door het werkelijk aantal gewerkte uren. Het aldus gevonden uurloon wordt vervolgens vermenigvuldigd met het aantal S&O-uren volgens de urenadministratie.

 

€ 48.680

 

¾¾――――――――――――――――――――

´ 550 uur = € 13.688

1956 = 1872 + 300 uur overwerk − 216 uur verlof

 

 

Deze methode heeft als nadeel dat de inhoudingsplichtige het totaal aantal gewerkte uren moet berekenen.

Voorstel van de Werkgroep stroomlijning uitvoering WBSO

De werkgroep stelt voor de twee berekeningsmethoden te vervangen door één berekeningsmethode. De nieuwe berekeningsmethode zal op één onderdeel verschillen van de vereenvoudigde methode. Het jaarloon wordt in de voorgestelde methode gedeeld door het aantal uren waarover loon is uitbetaald. Uren van tijdelijke arbeidsongeschiktheid waarover loon is uitbetaald tellen hierbij mee, verlofuren niet. Bij de vereenvoudigde methode wordt het jaarloon gedeeld door het aantal gewerkte uren.

 

Het aldus berekende “S&O-uurloon” dient vervolgens te worden vermenigvuldigd met het aantal S&O-uren, zoals die in de urenadministratie zijn opgenomen. Tot deze S&O-uren behoren alle uren besteed aan S&O, dus ook onbetaalde uren.

Het S&O-loon met betrekking tot een bepaalde werknemer bedraagt maximaal het jaarloon van die werknemer.

 

Uren waarin onbetaald overwerk is verricht hoeven in de voorgestelde regeling alleen nog te worden geadministreerd wanneer tijdens die uren S&O is verricht. Ze dienen dan te worden opgenomen in de urenadministratie. De onbetaalde uren zijn in de voorgestelde regeling niet meer van belang bij de bepaling van het S&O-uurloon. Er hoeft dus niet meer afzonderlijk te worden geregistreerd hoeveel uren onbetaald arbeid is verricht.

Verlofuren

Het jaarloon wordt gedeeld door het aantal gewerkte uren waarover loon is uitbetaald. Ver­lofu­ren zijn geen gewerkte uren. Het aantal uitbetaalde uren zal dus moeten worden verminderd met het aantal uren betaald verlof.

 

Om de praktijk tegemoet te komen kan op de uitbetaalde uren een standaard aftrek voor verlof worden toegepast. Die aftrek bedraagt bij een contract van 38 uur per week 190 uur op jaarbasis. Deze 190 uur komt overeen met 25 vrije dagen (5 weken van 38 uur = 190 uur). Als een werkgever meer betaald verlof toekent dan deze 190 uur, dan mag hij het werkelijke aantal uren betaald verlof op jaarbasis in mindering brengen. Het gaat hierbij om het toegekende verlof, dus niet om het daadwerkelijk genoten verlof.

 

Het hiervoor gegeven voorbeeld leidt onder de voorgestelde methode tot de volgende berekening van het S&O-loon.

 

€ 48.680

 

¾¾――――――――――――――――――――

´ 550 uur = € 14.425

1856 = 1872 + 200 uur overwerk − 216 uur verlof

 

 

Het verschil met de bestaande vereenvoudigde methode is dat het jaarloon van € 48.680 onder de voorgestelde methode wordt gedeeld door 1856 uur en onder de bestaande methode door 1956 uur. Het verschil van 100 uur is het onbetaalde overwerk.

Goedkeuring

Ik keur goed dat voor de jaren 2004 en 2005 het S&O-loon wordt berekend overeenkomstig de door de Werkgroep stroomlijning uitvoering WBSO voorgestelde berekeningswijze. De inhoudingsplichtige kan voor deze jaren dan kiezen uit de hierbij goedgekeurde methode, de reguliere methode en de vereenvoudigde methode.

 

Per 1 januari 2006 zal de regelgeving dusdanig worden aangepast dat het S&O-loon nog slechts volgens één methode kan worden berekend. Bij de formulering van die methode zal het voorstel van de werkgroep stroomlijning uitvoering WBSO als basis dienen.