Loonbelasting. Vrije vergoedingen en verstrekkingen, koffiegeld

Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling, domein Belastingen op Arbeid en Vermogen

Besluit van 15 september 2004, nr. CPP2004/1033M

De directeur-generaal Belastingdienst heeft namens de staatssecretaris van FinanciŽn het volgende besloten.

Aan mij is een vraag voorgelegd over vrije vergoedingen en verstrekkingen. De vraag en het antwoord zijn hierna opgenomen.

De Voorzitter Raad van Bestuur Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) heeft mij meegedeeld dat de inhoud van dit besluit ook van toepassing is voor de premieheffing werknemersverzekeringen.

 

Vraag

Een inhoudingsplichtige verstrekt koffie aan zijn werknemers, die daarvoor Ä 0,20 per dag uit het nettoloon betalen. De inhoudingsplichtige stelt dat dit bedrag de kostprijs is van de verstrekking. Hij meent dat hierdoor geen sprake is van een verstrekking in fiscale zin.

 

Kan de inhoudingsplichtige hierom zonder nader bewijs een vrije vergoeding van Ä 0,60 per dag aan de werknemers geven (zie artikel 46 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001, hierna: URLB) ?

 

Antwoord

Neen, de inhoudingsplichtige kan in dit geval niet zonder nader bewijs een vrije vergoeding geven.

 

Als een inhoudingsplichtige koffie verstrekt tegen een op globale wijze berekende prijs op basis van de kostprijs is sprake van een verstrekking in fiscale zin. Deze verstrekking is onbelast op grond van artikel 17, eerste en tweede lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 (hierna: Wet LB). Een bijdrage van de werknemer voor deze verstrekking komt ingevolge artikel 17, derde lid, van de Wet LB, niet in mindering op het loon. Nu de inhoudingsplichtige de consumpties verstrekt is artikel 46, tweede lid, van de URLB van toepassing. Daarmee is de vergoedingsmogelijkheid van het eerste lid van artikel 46 van de URLB buiten toepassing gesteld.

 

Het is overigens wel mogelijk dat werknemers onder normale zakelijke voorwaarden koffie van hun inhoudingsplichtige kopen, zodat geen sprake is van een verstrekking in fiscale zin. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn als een horecagelegenheid van de inhoudingsplichtige ook voor onafhankelijke derden toegankelijk is en de werknemers net als andere klanten per verstrekking een normale consumentenprijs betalen. In dat geval is geen sprake van een verstrekking in fiscale zin en kan de inhoudingsplichtige een vrije vergoeding geven ter zake van de koffie tijdens de werktijd.