Loonbelasting. Vrije vergoedingen bij aanvang en einde arbeidsovereenkomst

Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling, domein belastingen op arbeid en vermogen

 

Besluit van 3 augustus 2004, nr. CPP2004/566M

 

De directeur-generaal Belastingdienst heeft namens de staatssecretaris van FinanciŽn het volgende besloten.

 

Aan mij zijn vragen voorgelegd over vergoedingen bij de aanvang en het einde van een arbeidsovereenkomst. De vragen en de antwoorden zijn hierna opgenomen.

 

De Voorzitter van de Raad van Bestuur Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) heeft mij meegedeeld dat de inhoud van dit besluit ook van toepassing is voor de premieheffing werknemersverzekeringen. Voorzover de loonheffing en premieheffing werknemersverzekeringen verschillen is dat in het besluit vermeld.

Vraag 1

Bij het afsluiten van een nieuwe arbeidsovereenkomst maken bijvoorbeeld betaalde voetballers vaak gebruik van de diensten van zaakwaarnemers. Kan de werkgever de arbeidsbemiddelingskosten en onderhandelingskosten over de inhoud van de nieuwe arbeidsovereenkomst vrij vergoeden?

Antwoord

Ja, de werkgever kan dergelijke kosten van arbeidsbemiddeling en onderhandeling vrij vergoeden. Het betreft de kosten voorzover deze zijn toe te rekenen aan de nieuwe dienstbetrekking. De werkgever kan die kosten net als andere sollicitatiekosten vrij vergoeden op grond van artikel 15, onderdeel a, van de Wet op de loonbelasting 1964 (hierna: Wet LB)

Vraag 2

Een werknemer heeft een arbeidsgeschil met zijn ex-werkgever. Er volgt een procedure bij de rechter. De werknemer wint de procedure. De werkgever moet een bedrag aan de werknemer betalen. Dit bedrag bestaat volgens de uitspraak van de rechter uit diverse posten. Voor enkele posten geldt dat vergoedingen terzake van die posten wettelijk zijn vrijgesteld.

 

Mag de ex-werkgever deze posten rechtstreeks, zonder nadere specificatie toetsen aan de wettelijke vrijstellingen?

Antwoord

Ja, de ex-werkgever mag deze posten rechtstreeks, zonder nadere specificatie toetsen aan de wettelijke vrijstellingen.

 

Een vrije vergoeding dient afzonderlijk, naast de normale beloning te zijn vastgesteld. Bij een ontslagvergoeding kan dit gebeuren in de vorm van een specificatie door de rechter. Als de ex-werkgever de ontslagvergoeding volgens de uitspraak uitbetaalt, is voor de in de uitspraak benoemde posten sprake van afzonderlijk vastgestelde vergoedingen. De specificatie door de rechter is evenwel niet in alle gevallen bepalend voor de fiscale kwalificatie van de kosten. Voor de vraag of sprake is van een vrije vergoeding verwijs ik naar de artikelen 15, 15a, 15b en 15c van de Wet LB. De ex-werkgever dient geen loonheffing in te houden voorzover de bedragen niet tot het loon behoren. Als hij dit toch doet kan de werknemer bezwaar maken tegen die inhouding.

 

Voor de premieheffing werknemersverzekeringen is van belang dat (schade)vergoedingen, toegekend vanwege de beŽindiging van de dienstbetrekking, niet tot het loon sociale verzekeringen behoren. Over dergelijke vergoedingen zijn dan ook geen premies voor de werknemersverzekeringen verschuldigd. Dit geldt overigens wel voor nabetalingen, in het kader van een eindafrekening. En ook voor vergoedingen van niet opgenomen vakantiedagen, mits het maximum premieloon niet wordt overschreden. Een ander onderscheid met de loonheffing is dat de werknemer geen bezwaar kan maken (bij UWV) als hij meent dat de werkgever ten onrechte premies werknemersverzekeringen op zijn loon heeft ingehouden. Dit betreft een (civielrechtelijke) aangelegenheid tussen werkgever en werknemer, waar UWV niet bij betrokken is.

Vraag 3

Een werknemer ontvangt een ontslaguitkering. De ontslaguitkering bestaat volgens een vonnis van een rechter uit de volgende onderdelen:

a.†† wettelijke rente ex artikel 6:119 BW;

b.†† wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW;

c.†† proceskosten ex artikel 237 e.v. Rv.

d.†† buitengerechtelijke kosten van rechtsbijstand ex artikel 6:96, lid 2 c BW

 

Behoren al deze onderdelen tot het loon van de werknemer?

Antwoord

Nee, niet al deze onderdelen behoren tot het loon van de werknemer.

 

Ad a. Als de werkgever de wettelijke rente moet vergoeden omdat de werknemer gedurende een bepaalde periode niet heeft kunnen beschikken over de gelden die hem als ontslaguitkering zijn toegekend, dan vormt de toegekende rentevergoeding geen loon. De werknemer geniet die rente als schuldeiser en niet op grond van zijn dienstbetrekking.

 

Ad b. Als sprake is van vertraagd uitbetaald loon waarover de werkgever op grond van artikel 7:625 BW een rentevergoeding verschuldigd is, dan is wel sprake van loon (zie onder meer het arrest van de Hoge Raad van 6 juni 1956, nr. 12 814, BNB 1956/232 en het arrest van de Hoge Raad van 28 juni 1978, nr. 18 592, BNB 1978/255)

 

Ad c en d. De werkgever kan proceskosten en buitengerechtelijke kosten van rechtsbijstand (inclusief deurwaarders- en advocaatkosten, reiskosten, telefoonkosten, porti enzovoort), die zijn gemaakt om achterstallig loon uitbetaald te krijgen of een dreigend ontslag af te wenden, belastingvrij vergoeden (vrije vergoeding). Dit geldt ook als de procedure tot een negatief resultaat leidt.