Inkomstenbelasting. Autokostenforfait. Autodealer-besluit 2003

Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling, Domein belastingen op arbeid en vermogen

 

De directeur-generaal Belastingdienst heeft namens de staatssecretaris van Financiλn het volgende besloten.

 

Besluit van 30 januari 2004, nr. CPP2003/2707M

 

Dit besluit geldt voor het jaar 2003 en is een cijfermatige actualisering van het besluit van 9 oktober 2003, nr. CPP2003/1837M. Laatstgenoemd besluit geldt voor het jaar 2002. Voor de autobranche is een cφordinatiepersoon aangewezen (zie punt 1). Inhoudelijke wijzigingen hebben overigens niet plaatsgevonden.

1.            Aanleiding

Over de toepassing van het autokostenforfait kunnen onder omstandigheden afspraken vooraf worden gemaakt met de Belastingdienst (vgl. punt 1 en 2 van het Besluit van 30 januari 2002, nr. DGB2001/1744M). Vanuit de praktijk is de vraag gesteld of een autodealer desgewenst, in overleg met de inspecteur waaronder hij ressorteert, voor zijn werknemers (of voor een functioneel of organisatorisch te onderscheiden groep werknemers) een praktische afspraak kan maken ten behoeve van de bijtelling wegens privι-gebruik auto. Deze werknemers maken relatief vaak gebruik van demonstratieauto’s waarvan de catalogusprijs onderling (aanzienlijk) verschilt; ze plegen zowel te rijden in de goedkoopste als in de duurste uitvoering van een of meer types. Voor de desbetreffende werknemers geldt een forfaitaire bijtelling wegens privι-gebruik van 25% van de catalogusprijs van de gebruikte auto’s, omdat er geen rittenadministratie wordt bijgehouden. De bijtelling wegens privι-gebruik, die afgeleid zou moeten worden van de catalogusprijzen van de auto's waarin naar tijdsgelang is gereden, is echter niet zonder intensieve administratieve vastleggingen vast te stellen.

Ingevolge het Besluit van 30 januari 2002, nr. DGB2001/1744M, punt 5, kan voor de berekening van de catalogusprijs worden uitgegaan van de gewogen gemiddelde catalogusprijs van de auto’s die de betrokkene gelet op zijn positie binnen het bedrijf ter beschikking staan. Dit besluit geeft uitvoering aan de toezegging nadere handreikingen voor autodealers en hun werknemers te geven.

In de hierna, bij wijze van voorbeeld, opgenomen afspraak (bijlage 1) is de toepasselijke catalogusprijs op praktische wijze vastgesteld. De desbetreffende afspraak heeft mijn instemming.

Onder vergelijkbare omstandigheden kunnen ook andere werkgevers, in overleg met de inspecteur waaronder zij ressorteren, voor hun werknemers vergelijkbare collectieve afspraken maken.

Coφrdinatiepersoon autobranche

Werkgevers in de autobranche kunnen een verzoek voor een afspraak richten aan de Belastingdienst Oost Brabant/Kantoor Eindhoven, t.a.v. de heer mr. ing. J.J.M. Hezemans, Postbus 90056, 5600 PJ Eindhoven. In verband met de eenheid van beleid en uitvoering coφrdineert de heer Hezemans namens de Belastingdienst de toepassing van dit besluit voor de autobranche (waaronder de auto-importeurs en bestelautodealers). Als het verzoek kan worden ingewilligd, stuurt hij het ter formalisering door naar de bevoegde inspecteur. Werkgevers buiten de autobranche kunnen hun verzoek richten aan de bevoegde inspecteur. De inspecteur stemt het verzoek dan af met de heer Hezemans.

2.            Toelichting

De afspraak is gebaseerd op salarisklassen en bijbehorende (gemiddelde) catalogusprijzen voor het jaar 2003. De salarisklassen zijn vastgesteld aan de hand van een feitelijk onderzoek mede op basis van de loongegevens in de automobielbranche.

Bij de vaststelling van de catalogusprijzen is het uitgangspunt gehanteerd dat aan de werknemers in salarisklasse 1) feitelijk de goedkopere modellen van het merk ter beschikking staan, aan klasse 3) het middensegment en aan klasse 5) de duurdere modellen. Klasse 2) is een combinatie van klasse 1) en 3), en klasse 4) een combinatie van klasse 3) en 5). Per model is het goedkoopste en het duurste type geλlimineerd. Ook zeer exceptionele uitvoeringen (bijvoorbeeld race-uitvoeringen en/of zeer zeldzame-modellen) zijn geλlimineerd. Vervolgens zijn de prijzen van de resterende uitvoeringen getotaliseerd en gedeeld door het aantal in aanmerking genomen uitvoeringen, zodat per salarisklasse een gemiddelde catalogusprijs ontstaat. Op basis van de beschikbare gegevens heeft de Belastingdienst, ten behoeve van de eenheid van beleid en uitvoering, voor het jaar 2003 een schema opgesteld van de meest voorkomende automerken. Dit schema is opgenomen als bijlage 2 en kan worden toegepast als de feiten daartoe aanleiding geven.

Als het (tevens) gaat om ter beschikking gestelde auto’s van een niet genoemd merk of van meerdere merken, dan kan de werkgever met de inspecteur waaronder hij ressorteert contact opnemen om toepasselijke catalogusprijzen vast te stellen. Tot slot merk ik op dat de wettelijke regeling meebrengt dat, als een werknemer (of een groep werknemers) feitelijk hoofdzakelijk gebruik pleegt te maken van enkele, goedkopere dan wel duurdere modellen, de (gemiddelde) catalogusprijs voor die werknemer(s) op die modellen wordt gebaseerd en niet op het schema.

 

Bijlage 1: Voorbeeld-afspraak (2003)

De ondergetekenden verklaren het volgende te zijn overeengekomen met betrekking tot het jaar 2003.

 

De afspraak wordt gemaakt voor de werknemer in het kader van de bijtelling wegens privι-gebruik voor de inkomstenbelasting vanwege het gebruik van verschillende auto’s die de werkgever aan de werknemer ter beschikking stelt. De aard van de werkzaamheden brengt mee dat aan de werknemers in salarisklasse 1) feitelijk de goedkopere modellen van het merk ter beschikking staan, aan de werknemers in klasse 3) het middensegment en aan de werknemers in klasse 5) de duurdere modellen. Klasse 2) is een combinatie van klasse 1) en 3), en klasse 4) een combinatie van klasse 3) en 5).

1.    Rittenstaat

Er hoeft geen rittenstaat ingevuld te worden; uitgangspunt is een bijtelling van 25%.

2.     Vaststelling catalogusprijs

Automerk(en):

 

Salarisklassen 2003

Toepasselijke catalogusprijs (vgl. bijlage 2)

................................

...................................

1.   Tot € 26.400

 

2.   € 26.400 tot € 33.600

 

3.   € 33.600 tot € 45.600

 

4.   € 45.600 tot € 60.100

 

5.   € 60.100 en meer

 

 

De indeling van de werknemer in een salarisklasse vindt plaats aan de hand van het jaarloon (dan wel het herrekende jaarloon bij in/of uitdiensttreding in de loop van het jaar) voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen, dat wil zeggen het basisloon inclusief bonussen en provisies (kolom 14 van de loonstaat) en, indien van toepassing, rekening houdend met de zgn. gebruikelijkloonregeling (artikel 12a Wet op de loonbelasting 1964). Als op enig moment in een kalenderjaar het loon de grens van een klasse passeert, geldt de cataloguswaarde van de desbetreffende salarisklassen tijdsevenredig.

3.     Voorwaarden

1.   De afspraak kan uitsluitend fiscale gevolgen hebben als de gegevens bij punt 2 zijn geaccordeerd door de inspecteur die bevoegd is ten aanzien van de werkgever.

 

2.   De werknemer gaat bij zijn aangifte inkomstenbelasting over 2003 uit van een bijtellingspercentage van 25 in combinatie met de catalogusprijs die hoort bij zijn salarisklasse uitgaande van de gegevens zoals vermeld in deze afspraak.

 

3.   Op de loonbelastingkaart van de desbetreffende werknemers vermeldt de werkgever code 02 (in plaats van 01).

 

4.   De werkgever bewaart de ten behoeve van zijn werknemers gemaakte afspraken bij zijn loonadministratie.

 

5.   De werkgever meldt een eventuele wijziging in de omstandigheden (waaronder de situatie dat in de praktijk slechts gebruik is of wordt gemaakt ιιn of enkele auto's met een hogere of lagere cataloguswaarde dan vastgesteld bij punt 2) onverwijld aan zijn inspecteur van de Belastingdienst.

 

6.   De werknemer verklaart door ondertekening dat er geen afspraak geldt met de voor hem bevoegde inspecteur van de Belastingdienst en dat hij door ondertekening akkoord gaat met de inhoud en naleving van deze afspraak, onder vermelding van naam, adres, woonplaats, SoFi-nummer en functie binnen het bedrijf.

 

7.   De werkgever verklaart zich door ondertekening akkoord met de inhoud van deze afspraak en met de naleving ervan, onder vermelding van zijn naam, adres en loonbelastingnummer.

 

8.   Als niet voldaan wordt aan een of meer van de voorwaarden, geldt voor de desbetreffende werknemer tijdsevenredig een bijtelling wegens privι-gebruik van 25% met betrekking tot de auto’s waarin achtereenvolgens is gereden, tenzij de werknemer anderszins kan laten blijken. Als feitelijk hoofdzakelijk gebruik gemaakt is of wordt van ιιn of enkele, goedkopere dan wel duurdere modellen, brengt de wettelijke regeling mee dat de (gemiddelde) catalogusprijs voor die werknemer(s) op die modellen wordt gebaseerd en niet op het schema.

 

Gegevens werknemer

Naam:

Adres:

Woonplaats:

SoFi-nummer:

Functie:

Salaris:

Bedrag toepasselijke catalogusprijs:

Datum en handtekening voor akkoord:

 

Gegevens werkgever

Naam:

Adres:

Postcode:

Vestigingsplaats:

Loonbelastingnummer:

Automerk(en):

Datum en handtekening voor akkoord:

 

Bijlage 2: Gewogen gemiddelde cataloguswaarden per merk naar salarisklassen voor 2003

Salaris-

Merk

Klasse

gewogen gemiddelde cataloguswaarden in €

 

 

Alfa Romeo

Audi

BMW

Chevrolet

....

.................

.................

.................

................

1.

€ 22.320

€ 24.780

€ 31.000

€ 29.000

2.

€ 27.000

€ 29.700

€ 33.150

€ 35.580

3.

€ 31.680

€ 34.640

€ 35.300

€ 42.140

4.

€ 38.440

€ 39.820

€ 44.080

€ 52.420

5.

€ 45.200

€ 45.000

€ 52.880

€ 62.720

 

 

Chrysler

Citroλn

Daewoo

Daihatsu

....

................

.................

.................

................

1.

€ 19.500

€ 12.680

€ 10.720

€ 11.400

2.

€ 24.000

€ 17.080

€ 15.360

€ 14.320

3.

€ 28.480

€ 21.500

€ 20.000

€ 17.240

4.

€ 33.980

€ 29.740

€ 21.620

€ 21.300

5.

€ 39.480

€ 37.980

€ 23.240

€ 25.340

 

 

Fiat

Ford

Honda

Hyundai

....

................

.................

.................

.................

1.

€ 13.380

€ 13.600

€ 22.240

€ 10.960

2.

€ 16.500

€ 19.780

€ 26.420

€ 13.620

3.

€ 19.620

€ 25.940

€ 30.620

€ 16.280

4.

€ 25.840

€ 30.960

€ 36.760

€ 23.580

5.

€ 32.060

€ 35.980

€ 42.920

€ 30.880

 

 

Kia

Lancia

Mazda

....

................

.................

................

1.

€ 10.900

€ 13.860

€ 13.300

2.

€ 15.860

€ 21.160

€ 20.460

3.

€ 20.820

€ 28.460

€ 27.600

4.

€ 24.480

€ 39.540

€ 28.780

5.

€ 28.140

€ 50.620

€ 29.960

 

 

Mercedes

Mini 1)

Mitsubishi

....

.................

.................

.................

1.

€ 25.960

€ 19.000

€ 14.340

2.

€ 32.100

€ 23.280

€ 17.780

3.

€ 38.260

#)

€ 21.200

4.

€ 45.500

#)

€ 30.960

5.

€ 52.720

#)

€ 40.740

.....

1)   Toepasbaar als dit merk feitelijk zelfstandig te onderscheiden van BMW respectievelijk Mercedes wordt aangeboden (bijvoorbeeld in een afzonderlijke showroom en door werknemers die geen ander merk verkopen). Het bij #) toepasselijke bedrag wordt vastgesteld in overleg met de bevoegde inspecteur van de Belastingdienst.

 

 

Nissan

Opel

Peugeot

Renault

....

................

.................

.................

.................

1.

€ 11.760

€ 13.460

€ 10.580

€ 11.360

2.

€ 20.020

€ 19.460

€ 15.440

€ 16.900

3.

€ 28.280

€ 25.440

€ 20.300

€ 22.440

4.

€ 35.420

€ 30.100

€ 30.420

€ 32.420

5.

€ 42.560

€ 34.760

€ 40.560

€ 43.400

 

 

Rover

Saab

Seat

Skoda

....

................

.................

.................

.................

1.

€ 17.200

€ 35.860

€ 12.760

€ 15.260

2.

€ 18.800

€ 38.020

€ 15.000

€ 19.340

3.

€ 20.400

€ 40.180

€ 17.220

€ 23.420

4.

€ 27.280

€ 42.340

€ 26.360

€ 27.480

5.

€ 34.160

€ 44.500

€ 35.500

€ 31.560

 

 

Smart 1)

Subaru

Suzuki

Toyota

....

................

.................

.................

................

1.

€ 10.700

€ 12.290

€ 10.300

€ 14.260

2.

€ 14.420

€ 20.130

€ 12.940

€ 19.140

3.

€ 23.680

€ 27.970

€ 15.560

€ 24.000

4.

€ 32.940

€ 30.285

€ 20.800

€ 33.440

5.

#)

€ 32.600

€ 26.020

€ 42.880

.....

1)   Toepasbaar als dit merk feitelijk zelfstandig te onderscheiden van BMW respectievelijk Mercedes wordt aangeboden (bijvoorbeeld in een afzonderlijke showroom en door werknemers die geen ander merk verkopen). Het bij #) toepasselijke bedrag wordt vastgesteld in overleg met de bevoegde inspecteur van de Belastingdienst.

 

 

Volkswagen

Volvo

....

.................

.................

1.

€ 13.960

€ 22.420

2.

€ 20.520

€ 29.100

3.

€ 27.080

€ 35.780

4.

€ 32.720

€ 39.120

5.

€ 38.360

€ 42.480

 

De bijtelling bedraagt 25% van de corresponderende cataloguswaarde.