Loonbelasting en inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen. Heffingsaspecten motorfiets

Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling, Domein belastingen op arbeid en vermogen en domein winstbelastingen

 

Besluit van 8 september 2003, nr. CPP2003/1145M

 

De directeur-generaal Belastingdienst heeft namens de staatssecretaris van Financiën het volgende besloten.

Inleiding

Vanuit de praktijk is de vraag gesteld wat de gevolgen zijn voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen als een werkgever:

-     aan een werknemer een vergoeding geeft voor het gebruik van de privé-motorfiets;

-     aan een werknemer een motorfiets ter beschikking stelt.

 

De antwoorden zijn hieronder opgenomen. Tevens zijn de gevolgen aangegeven voor ondernemers en degenen die resultaat uit een werkzaamheid genieten (vgl. artikel 3.94 en 3.95 Wet IB 2001, hierna: resultaatgenieters). Voor het begrip motorfiets wordt aangesloten bij het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.

 

De Voorzitter Raad van Bestuur Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) heeft mij meegedeeld dat de inhoud van dit besluit, voor zover relevant, ook van toepassing is voor de premieheffing werknemersverzekeringen.

Privé-motorfiets

Werknemer

Voor zover de werknemer de motorfiets gebruikt voor het regelmatig woon-werkverkeer, mag de werkgever een vrije vergoeding geven op basis van het reiskostenforfait (artikel 16b van de Wet op de loonbelasting 1964; hierna: Wet LB).

 

Voor zover de werknemer de motor gebruikt voor zakelijke doeleinden (waaronder begrepen het niet-regelmatige woon-werkverkeer), kan de werkgever de werkelijke kosten vrij vergoeden. De werkgever moet dan de werkelijke kosten aannemelijk kunnen maken. Om praktische redenen is zonder nadere onderbouwing een vrije vergoeding toegestaan van maximaal € 0,28 per kilometer (vgl. het besluit van 10 januari 2003, nr. CPP2002/2526M, punt 4). Het aantal zakelijke kilometers dient uiteraard wel aannemelijk te worden gemaakt.

Ondernemer/resultaatgenieter

Als aftrekbare kosten voor een motorfiets die tot het privé-vermogen behoort of in privé is gehuurd kan een gebruiksvergoeding in aanmerking worden genomen tot ten hoogste het voordeel uit sparen en beleggen (box 3) ter zake van de motorfiets (artikel 3.17, eerste lid, onderdeel c, Wet IB 2001). Dat voordeel zal doorgaans nihil zijn. In de praktijk leidt dit ertoe dat vrijwel nooit kosten in aanmerking kunnen worden genomen.

Ter beschikking gestelde motorfiets

Werknemer

Het voordeel van een voor privé-doeleinden ter beschikking gestelde motor vormt loon in natura en moet worden gewaardeerd op de waarde in het economische verkeer (artikel 10 en 13 Wet LB).

Die waarde kan worden gesteld op het aantal privé-kilometers (exclusief het woon-werkverkeer) x de werkelijke kilometerprijs van de motor. Dit bedrag wordt verminderd met de aan de werkgever verschuldigde bijdrage voor privé-ritten, met dien verstande dat de waarde ten minste op nihil wordt gesteld.

Artikel 11a Wet LB (het genot van een ter beschikking gestelde auto behoort niet tot het loon) is niet van overeenkomstige toepassing.

De werkgever moet het voordeel dat de werknemer als loon in natura geniet vaststellen en desgevraagd aannemelijk kunnen maken.

 

Voor zover de werknemer de motorfiets gebruikt voor het regelmatig woon-werkverkeer of voor zakelijke doeleinden (waaronder begrepen het niet-regelmatig woon-werkverkeer), is er sprake van een vrije verstrekking (vervoer vanwege de werkgever in de zin van artikel 17a Wet LB). Hiervoor geldt een administratieplicht in de loonadministratie (vgl. de Handleiding loonbelasting, premie volksverzekeringen en premies werknemersverzekeringen in samenhang met artikel 68 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 1990).

Ondernemer/resultaatgenieter

Als de motorfiets tot het ondernemings- of resultaatsvermogen behoort, leidt het privé-gebruik (exclusief het woon-werkverkeer) tot een onttrekking ter grootte van de privé-kilometers maal de werkelijke kilometerprijs.