Loonbelasting/premie volksverzekeringen. Deblokkering spaarloon; lijfrentepremies; pensioentekort

Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling, domein belastingen op arbeid en vermogen

 

Besluit van 10 oktober 2003, nr. CPP2003/906M

 

De directeur-generaal Belastingdienst heeft namens de staatssecretaris van Financin het volgende besloten.

 

Aan mij is de vraag voorgelegd of bij de deblokkering van spaarloon voor betaalde lijfrentepremies getoetst moet worden of sprake is van een zogenoemd pensioentekort. De vraag en het antwoord zijn hieronder opgenomen.

 

De voorzitter Raad van Bestuur Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) heeft mij meegedeeld dat dit besluit ook geldt voor de toepassing van de werknemersverzekeringen.

Vraag

Een werknemer neemt deel aan een spaarloonregeling. Op grond van deze spaarloonregeling kan de werknemer onder voorwaarden de gespaarde bedragen deblokkeren voor lijfrentepremies die hij verschuldigd is (zie artikel 19b, eerste lid, onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstdelingsregelingen). En van die voorwaarden is dat de lijfrente moet voldoen aan artikel 3.124, onderdeel b, en artikel 3.125, eerste lid, onderdelen a, c en d, van de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna Wet IB 2001).

 

Sinds 1 januari 2003 is in de Wet IB 2001 de zogenoemde basisaftrek vervallen. Voor de inkomstenbelasting heeft dit tot gevolg dat premies die een belastingplichtige betaalt voor een lijfrenteverzekering als bedoeld in artikel 3.125, eerste lid, van de Wet IB 2001 alleen aftrekbaar zijn als uitgaven voor inkomensvoorzieningen (box 1) voor zover de belastingplichtige een pensioentekort heeft.

 

Moet de werkgever (of de in de spaarregeling aangewezen instelling) bij een verzoek tot deblokkering van spaarloon of premiespaartegoeden voor lijfrentepremies toetsen of sprake is van een pensioentekort?

Antwoord

Nee. Bij de beoordeling van een deblokkeringsverzoek voor de betaling van lijfrentepremies is beslissend dat de vormgeving van de lijfrente voldoet aan de omschrijving van artikel 3.125, eerste lid, onderdelen a, c en d, van de Wet IB 2001. De werkgever hoeft dus, net als vr 1 januari 2003, niet te toetsen of sprake is van een pensioentekort. De werkgever hoeft evenmin te toetsen of de werknemer de premie als uitgaven voor inkomensvoorzieningen in aanmerking neemt of heeft genomen. Als de werknemer geen pensioentekort heeft, dan verandert de kwalificatie van de lijfrente niet, maar heeft dit tot gevolg dat de werknemer de premies niet kan aftrekken. Voor het deblokkeren van de spaarloon- of premiespaarrekening is het niet relevant of de premies al dan niet aftrekbaar zijn voor de inkomstenbelasting.