Loonbelasting; artiesten en beroepssporters; zelfstandigheidsverklaring; verklaring arbeidsrelatie

Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling, domein inkomsten uit arbeid en vermogen

 

Besluit van 27 november 2002, nr. CPP2002/3278M

 

De directeur-generaal Belastingdienst heeft namens de staatssecretaris van FinanciŽn het volgende besloten.

1.†††††††† Inleiding

De in Nederland wonende artiest of beroepssporter kan op grond van het huidige artikel 5a, tweede lid, Wet op de loonbelasting 1964 (hierna: Wet LB) een zelfstandigheidsverklaring aanvragen. Een afgegeven zelfstandigheidsverklaring heeft gedurende de geldigheid tot gevolg dat de artiest of beroepssporter niet als belastingplichtige voor de loonbelasting wordt aangemerkt. Dit betekent dat de opdrachtgever geen loonbelasting hoeft in te houden, tenzij hij met de artiest of beroepssporter een dienstbetrekking aangaat.

 

De zelfstandigheidsverklaring heeft tevens werking voor de premieheffing werknemersverzekeringen. De voorzitter Raad van Bestuur Uitvoering werknemersverzekeringen (UWV) heeft mij meegedeeld dat de in dit besluit onder punt 3 vervatte goedkeuring ook geldt voor de toepassing van de werknemersverzekeringen.

2.†††††††† Wijziging artikel 5a, tweede lid Wet LB

Artiesten en beroepssporters kunnen met ingang van 1 januari 2001 een Verklaring arbeidsrelatie (VAR) aanvragen op grond van artikel 3.156 of 3.157 van de Wet inkomstenbelasting 2001. Een afgegeven VAR, waarin de voordelen van de artiest of beroepssporter als winst uit onderneming dan wel winst voor rekening en risico van een in Nederland gevestigde vennootschap worden aangemerkt, vervangt de zelfstandigheidsverklaring. De wetswijziging maakt onderdeel uit van het belastingplan 2003, deel II- overig fiscaal pakket, Artikel II, A. Deze wijziging heeft tot gevolg dat een in Nederland wonende artiest of beroepssporter die beschikt over een afgegeven VAR waarin de voordelen van de artiest of beroepssporter als winst uit onderneming dan wel winst voor rekening en risico van een in Nederland gevestigde vennootschap worden aangemerkt, geen artiest of beroepssporter is in de zin van de Wet LB. Terzake van een betaling aan deze artiest of beroepssporter behoeft alsdan geen loonbelasting ingehouden en afgedragen te worden.

 

In het besluit van 16 april 2002, CPP2002/690M heb ik onder punt 2 melding gemaakt van het voornemen om de zelfstandigheidsverklaringen met ingang van 1 januari 2003 te laten vervallen. Naar aanleiding van signalen uit de praktijk heb ik dit heroverwogen. Zonder nadere regeling zou de opdrachtgever terzake van betalingen aan artiesten en beroepssporters met een geldige zelfstandigheidsverklaring die geen VAR hebben aangevraagd per 1 januari 2003 loonbelasting moeten inhouden en afdragen. Aangezien de artiest of beroepssporter met een zelfstandigheidsverklaring bij ongewijzigde omstandigheden een VAR krijgt waarin de voordelen van de artiest of beroepssporter als winst uit onderneming worden aangemerkt, tref ik de volgende regeling.

3.†††††††† Goedkeuring

Ik keur goed dat een zelfstandigheidsverklaring, voorzover deze is afgegeven voor een periode die (deels) gelegen is na 1 januari 2003, bij ongewijzigde omstandigheden voor de in Nederland wonende artiest of beroepssporter, gedurende de periode waarvoor hij is afgegeven, wordt aangemerkt als een VAR waarin de voordelen van de artiest of beroepssporter als winst uit onderneming worden aangemerkt.

4.†††††††† Slotbepalingen en overgangsregeling

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2003.