Inkomstenbelasting, loonbelasting/premie volksverzekeringen. Regelmatig woon-werkverkeer. Mobiele arbeidsplaats

Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling, domein belastingen op arbeid en vermogen

 

Besluit van 25 oktober 2002, nr. CPP2002/2276M

 

De directeur-generaal Belastingdienst heeft namens de staatssecretaris van Financiën het volgende besloten.

Inleiding

Voor het regelmatig woon-werkverkeer is de reisafstand vanaf de woning of de verblijfplaats naar de plaats van werkzaamheden van belang. Als plaats van werkzaamheden kan ook gelden de plaats van waaruit de werkzaamheden worden verricht (BNB 2001/261). Het regelmatig woon-werkverkeer is van belang voor o.a. de autokostenfictie en het reiskostenforfait. Hieronder is een vraag vanuit de praktijk en de beantwoording ervan opgenomen met betrekking tot een zogenoemde mobiele arbeidsplaats.

 

De Voorzitter Raad van Bestuur Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) heeft mij meegedeeld dat de in dit besluit genoemde voorwaarden ten aanzien van het begrip mobiele arbeidsplaats ook zullen gelden bij de beoordeling van het begrip regelmatig woon-werkverkeer in het kader van de premieheffing werknemersverzekeringen.

Mobiele arbeidsplaats

Vraag:

Sinds 1 januari 2002 worden de in het kader van het regelmatig woon-werkverkeer afgelegde kilometers deels aangemerkt als privé-kilometers voor de toepassing van de autokostenfictie. Van regelmatig woon-werkverkeer kan ook sprake zijn wanneer per dag verschillende arbeidsplaatsen worden bezocht. Volgens de jurisprudentie wordt de afstand tot de verst gelegen arbeidsplaats dan aangemerkt als de reisafstand.

Een rij-instructeur reist per dag achtereenvolgens naar diverse adressen en is aan het werk terwijl hij rijdt. Betekent dit dat onder omstandigheden de volledige afstand die een rij-instructeur op één dag aflegt tijdens het lesgeven meetelt bij het regelmatig woon-werkverkeer?

Antwoord:

Nee, dat is niet het geval. Bij een rij-instructeur is de lesauto in feite als een mobiele arbeidsplaats te beschouwen. Onder de volgende drie voorwaarden kwalificeren de in een mobiele arbeidsplaats afgelegde kilometers niet als regelmatig woon-werkverkeer.

Voorwaarden ten aanzien van de mobiele arbeidsplaats

 

1.   Het betreft werkzaamheden of activiteiten die zich concentreren op het rijden zelf. Het gaat daarbij dan dus om beroepen in de sfeer van het personen- en/of het goederenvervoer of wat daarmee vergelijkbaar is, zoals een rij-instructeur. De auto wordt dan dus niet alleen maar gebruikt om van de ene arbeidsplaats naar de andere te rijden.

 

2.   Het rijden in de auto vormt voor de betrokkene een hoofdtaak.

 

3.   Voorts wordt de mobiele arbeidsplaats als zodanig gebruikt. Dat is niet het geval tijdens kilometers zoals:

-     voorafgaande aan en na afloop van de eigenlijke werkzaamheden met de mobiele arbeidsplaats (bijvoorbeeld naar het kantoor om adressen op te halen, naar een taxi-standplaats of naar het eerste rijlesadres);

-     van en naar de grens van een rayon waarbinnen de eigenlijke werkzaamheden plaatsvinden met de mobiele arbeidsplaats (vgl. het zgn. rayonbesluit van 25 juli 2002, nr. CPP2002/79M).

 

Dergelijke kilometers kunnen, met inachtneming van de 60-dagenregeling, dus wel als regelmatig woon-werkverkeer kwalificeren.

 

Op basis van de bovenstaande drie criteria is er bijvoorbeeld geen sprake van regelmatig woon-werkverkeer als chauffeurs bij koeriersbedrijven, taxichauffeurs en rij-instructeurs kilometers met de mobiele arbeidsplaats als zodanig afleggen. Vertegenwoordigers, deurwaarders en bouwvakkers voldoen daarentegen bijvoorbeeld niet aan de bovenstaande criteria. Met betrekking tot de vraag of in een concreet geval sprake is van een als zodanig gebruikte mobiele arbeidsplaats kan de bevoegde inspecteur van de belastingdienst verzocht worden, onder voorlegging van de relevante omstandigheden, om vóóraf een standpunt in te nemen.

 

Voor de in een mobiele arbeidsplaats als zodanig afgelegde kilometers geldt het volgende:

-     Voor de toepassing van de autokostenfictie tellen dergelijke kilometers niet mee als privé-kilometers.

-     In de vergoedingensfeer geldt niet het reiskostenforfait, maar de normering van maximaal € 0,28 per kilometer. Hetzelfde geldt in de winstsfeer respectievelijk voor de resultaatbepaling voor een tot het privé-vermogen behorende of een in privé gehuurde personenauto.

 

Tenslotte merk ik volledigheidshalve nog op dat in het besluit van 30 januari 2002, nr. DGB 2001/1744M, uit praktische overwegingen is goedgekeurd dat rij-instructeurs elke les kunnen beschouwen als één rit. Hierdoor hoeft in de rittenregistratie niet de gereden route vermeld te worden, maar er kan per werkdag volstaan worden met de begin- en eindstand van de kilometerteller en de vermelding van de lesplaatsen.