Regelmatig woon-werkverkeer. Verruiming 40- naar 60-dagenregeling. Rayon als arbeidsplaats. Meest bereisde arbeidsplaats

Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling, domein belastingen op arbeid en vermogen

 

Besluit van 25 juli 2002, nr. CPP2002/79M

 

De directeur-generaal Belastingdienst heeft namens de staatssecretaris van Financin het volgende besloten.

1. Inleiding

Voor de toepassing van de Wet op de loonbelasting 1964 (artikel 16) en de Wet IB 2001 (de artikelen 3.7, 3.18, 3.20, 3.86, 3.87, 3.88 en 3.145) is er sprake van zgn. regelmatig woon-werkverkeer ingeval er ten minste eenmaal per week pleegt te worden gereisd tussen de woning of verblijfplaats en de arbeidsplaats. Daarbij dient er binnen een tijdsbestek van 24 uur zowel heen als terug te worden gereisd. Van regelmatig reizen is in ieder geval sprake als er in het kalenderjaar op 40 dagen of meer naar een bepaalde arbeidsplaats is gereisd; de zgn. 40-dagenregeling.

De 40-dagenregeling is verruimd naar een 60-dagenregeling. Hierop wordt onder punt 2 nader ingegaan. Verder geef ik in dit Besluit een toelichting op en verduidelijking van situaties waarin een bepaald gebied (een zgn. rayon) als arbeidsplaats in aanmerking komt; zie de punten 3-5. Tot slot wordt in punt 6 ingegaan op een in jurisprudentie ontstane onduidelijkheid omtrent de zgn. meest bereisde arbeidsplaats.

 

Voor punt 2 geldt dat de Regeling vergoeding kosten woon-werkverkeer 2002 op overeenkomstige wijze is gewijzigd (Besluit van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 19 juli 2002, nr. SV/F&W/2002/53319), met terugwerkende kracht tot 1 januari 2002. Hierdoor geldt punt 2 ook voor de premieheffing werknemersverzekeringen.

 

Voorts heeft de Voorzitter van de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), na afstemming met de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, mij meegedeeld dat de punten 3 t/m 6 van dit besluit ook van toepassing zijn voor de premieheffing werknemersverzekeringen.

2. Verruiming 40- naar 60-dagenregeling

Naar aanleiding van signalen over de toepassing van de 40-dagenregeling bij frequent wisselende arbeidsplaatsen heb ik goedgekeurd vooruitlopend op een wetswijziging ter zake dat met terugwerkende kracht tot 1 januari 2002 de 40-dagenregeling verruimd wordt naar een 60-dagenregeling (zie de antwoorden op vragen van het Tweede-Kamerlid De Vries; brief van 29 maart 2002, nr. DGB2002/644; V-N 2002/19.15). Onder de 60-dagenregeling is in ieder geval sprake van regelmatig woon-werkverkeer indien in het kalenderjaar op 60 dagen of meer naar eenzelfde arbeidsplaats wordt gereisd. Als in het kalenderjaar op minder dan 60 dagen naar eenzelfde arbeidsplaats is gereisd, mag aangenomen worden dat geen sprake is van regelmatig woon-werkverkeer.

De verruiming van de 40- naar de 60-dagenregeling geldt zowel voor de inkomstenbelasting, de loonbelasting als voor de premie volksverzekeringen (dus o.a. voor reiskostenvergoedingen, de autokostenfictie en de aftrek van reiskosten in de winstsfeer). Hierdoor wordt er in een groter aantal gevallen, bijvoorbeeld als iemand eenmaal per week een vast adres bezoekt, niet meer toegekomen aan regelmatig woon-werkverkeer.

De 60-dagenregeling is bedoeld als een verruiming en mag worden toegepast; als voor een belanghebbende de bestaande wetgeving gunstiger uitpakt kan daar echter onverkort gebruik van worden gemaakt. Voor de reis- en de fietsaftrek in de inkomstenbelasting kan de bestaande wetgeving gunstiger uitpakken.

3. Een rayon als arbeidsplaats

Op grond van de jurisprudentie kan er ook sprake zijn van regelmatig woon-werkverkeer als er gereisd wordt naar verschillende adressen in een bepaald gebied (hierna: een rayon). Een rayon kan fiscaal een arbeidsplaats vormen, als er naar het rayon gereisd wordt langs eenzelfde weg of langs verschillende wegen die slechts in onbetekenende mate van elkaar in lengte verschillen (vgl. HR 3 december 1986, nr. 24058, V-N 1987/112, punt 20). Dit betekent voor wat betreft de 60-dagenregeling (en analoog voor de 40-dagenregeling) dat er ook sprake is van regelmatig woon-werkverkeer als er op minder dan 60 dagen n bepaalde arbeidsplaats in een rayon wordt bezocht, maar dat rayon als zodanig in het kalenderjaar wel ten minste 60 dagen wordt bezocht. Als reisafstand geldt dan de afstand tussen de woning of verblijfplaats en de grens van het rayon. Duidelijkheidshalve merk ik op dat, als iemand in het rayon zelf woont, er geen sprake is van regelmatig woon-werkverkeer naar de grens van het rayon.

 

De vraag is gesteld hoe de Belastingdienst het rayon-begrip interpreteert, gelet op de arresten HR 16 juni 1999, nr. 34599 (V-N 1999/29.20) en 21 september 2001, nr. 36389 (V-N 2001/56.21). Hieronder wordt eerst ingegaan op die arresten. Vervolgens komen in punt 5 voorbeelden aan de orde van situaties waarin aanleiding kan bestaan voor de vaststelling van een fiscaal rayon.

4. Rayon-rechtspraak

Het arrest van 16 juni 1999

Een stratenmaker werkt in een bepaald kalenderjaar op 40 (met ingang van 1 januari 2002: dan wel op 60) dagen of meer in een bepaalde gemeente, maar steeds (minder dan 40 respectievelijk 60 dagen) in een andere straat. Naar het oordeel van het gerechtshof is de straat wel aan te merken als een arbeidsplaats, maar de gemeente niet, omdat de werkzaamheden zich steeds beperkten tot die straat en niet een taak omvatten die zich naar haar aard uitstrekte over een als rayon, district of agglomeratie aan te duiden gebied. Dat oordeel geeft volgens de Hoge Raad niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting: De omstandigheid dat de werknemer op 141 dagen naar de gemeente reisde om aldaar zijn werkzaamheden uit te oefenen, is op zichzelf onvoldoende reden om deze gemeente en haar omgeving aan te merken als een arbeidsplaats..

Het arrest van 21 september 2001

Een directeur reist voor directie-overleg naar de hoofdvestiging van zijn werkgever. Incidenteel reist hij ook naar opdrachtgevers in de omgeving van die hoofdvestiging. Volgens het gerechtshof is de regio waarin de reisadressen zijn gelegen, en waarheen langs (nagenoeg) dezelfde weg is gereisd, als een arbeidsplaats aan te merken. De Hoge Raad acht dat oordeel echter te voorbarig. Volgens de Hoge Raad is namelijk niet gebleken van omstandigheden waaruit kan volgen dat de werkzaamheden van de directeur naar hun aard of uit hoofde van de opgedragen taken zich uitstrekten tot een bepaald gebied of rayon. De Hoge Raad heeft deze zaak hierom verwezen voor nader onderzoek.

Wanneer is er sprake van een rayon?

De omstandigheid dat langs dezelfde weg, of langs verschillende wegen die slechts in onbetekenende mate van elkaar in lengte verschillen, naar een gebied wordt gereisd om daar werkzaamheden uit te voeren, is op zichzelf beschouwd onvoldoende reden om dat gebied aan te merken als een rayon. Daarvoor is meer nodig, bijvoorbeeld dat uit de aard van de werkzaamheden of uit hoofde van de opgedragen werkzaamheden voortvloeit dat de werkzaamheden zich tot een bepaald gebied uitstrekken. Dit betekent dat er van geval tot geval moet worden beoordeeld of er sprake is van een rayon. Onder voorlegging van de relevante feiten kan de bevoegde inspecteur van de Belastingdienst verzocht worden om hierover vraf een standpunt in te nemen.

5. Rayon-voorbeelden

Ter nadere verduidelijking volgen hieronder voorbeelden van situaties waarin naar mijn oordeel sprake is van een fiscaal rayon. Hierbij ga ik ervan uit dat de reizen naar het desbetreffende gebied plaatsvinden langs eenzelfde weg of langs verschillende wegen die in onbetekenende mate van elkaar in lengte verschillen en dat de reizen naar het gebied overigens zijn aan te merken als regelmatig woon-werkverkeer). De voorbeelden hebben betrekking op een werknemer, maar de strekking ervan is voor zover mogelijk van overeenkomstige toepassing op een ondernemer of een resultaatgenieter.

Voorbeelden

 

- Een werknemer werkt in een bepaald gebied op grond van een aanwijzing door zijn werkgever.


Voorbeeld
Een landelijk werkende organisatie is ingedeeld in districten. De werknemers worden aan een bepaald district toegewezen en voeren binnen dat gehele gebied hun werkzaamheden uit. Het district geldt fiscaal als een rayon.

 

- Een werknemer werkt in een bepaald gebied op grond van nadere afspraken met zijn werkgever.

 

Voorbeeld
Een organisatie wordt geleid vanuit een landelijke centrale. De werknemers zijn formeel in het gehele land inzetbaar. De werkgever spreekt echter met de werknemers af dat zij zo veel mogelijk in de omgeving van hun woning of verblijfplaats te werk worden gesteld. Als gevolg van die afspraak werken de werknemers regelmatig in een bepaald gebied. Dat gebied vormt fiscaal dan een rayon.

 

- Een werknemer werkt in een bepaald gebied op grond van de werkindeling door de werkgever.


Voorbeeld
Een organisatie is actief in het gehele land en maakt geen nadere afspraken met de werknemers. Op grond van hem moverende redenen (bijvoorbeeld het beperken van reiskosten en/of reistijd) zet de werkgever de werknemers in op locaties die het dichtst bij de woning of verblijfplaats van de werknemer zijn gelegen. Als gevolg van die handelwijze reizen de werknemers regelmatig naar een bepaald gebied waarbinnen ze de werkzaamheden verrichten. Dat werkgebied geldt fiscaal als een rayon.

 

- Een werknemer werkt in een bepaald gebied uit doelmatigheidsoverwegingen.


Voorbeeld
Een organisatie heeft een of meer vestigingen in het land. Een aantal werknemers moet regelmatig bijeenkomen. Hun werkgever staat toe dat zijzelf, in onderling overleg, doelmatig gelegen vergaderlocaties kiezen. De werknemers kiezen voor verschillende locaties die, ten opzichte van hun woning of verblijfplaats, alle in een centraal gebied liggen. Dat centraal gelegen gebied geldt fiscaal als een rayon.

6. De meest bereisde arbeidsplaats

Artikel 3.87, zesde lid, Wet IB 2001 bepaalt dat als er op dezelfde dag vanuit huis rechtstreeks naar verschillende arbeidsplaatsen wordt gereisd, uitsluitend de reizen naar de meest bereisde arbeidsplaats in aanmerking komen als regelmatig woon-werkverkeer.

De Hoge Raad oordeelde in het bovengenoemde arrest van 21 september 2001 ook dat bij de toepassing van het reiskostenforfait voor de loonbelasting (artikel 16b Wet LB 1964) de meest bereisde arbeidsplaats relevant is. De Hoge Raad heeft die zaak voor nader feitenonderzoek verwezen naar het Gerechtshof te Amsterdam. Bij uitspraak van 28 mei 2002 (nr. 01/03308, V-N 2002/30.2.4), heeft het hof geoordeeld dat dit punt niet aan de orde was.

Volledigheidshalve merk ik op dat, anders dan in artikel 3.87, zesde lid, Wet IB 2001, het begrip meest bereisde arbeidsplaats niet voorkomt in artikel 16b Wet LB 1964, en naar mijn mening dus voor de heffing van de loonbelasting/premie volksverzekeringen niet van belang kan zijn. Dit punt zal ik daarom in een voorkomend geval eventueel opnieuw aan de Hoge Raad voorleggen.