Inkomstenbelasting. Autokostenforfait. Autodealers

Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling, domein belastingen op arbeid en vermogen

 

Besluit van 5 maart 2002, nr. CPP2001/3082M

 

De directeur-generaal Belastingdienst heeft namens de staatssecretaris van Financiλn het volgende besloten.

1.         Aanleiding

Over de toepassing van het autokostenforfait kunnen onder omstandigheden afspraken vooraf worden gemaakt met de Belastingdienst (vgl. punt 1 en 2 van het Besluit van 15 juni 2001, nr. RTB2001/793M). Vanuit de praktijk is de vraag gesteld of een autodealer desgewenst, in overleg met de voor hem bevoegde inspecteur van de Belastingdienst, voor zijn werknemers (of voor een functioneel of organisatorisch te onderscheiden groep werknemers) een praktische afspraak kan maken ten behoeve van de bijtelling wegens privι-gebruik. Deze werknemers maken relatief vaak gebruik van demonstratieauto’s waarvan de catalogusprijs onderling (aanzienlijk) verschilt; ze plegen zowel te rijden in de goedkoopste als in de duurste uitvoering van een of meer types. Voor de desbetreffende werknemers geldt een forfaitaire bijtelling wegens privι-gebruik van 25% van de cataloguswaarden van de gebruikte auto’s, omdat er geen rittenadministratie wordt bijgehouden. De bijtelling wegens privι-gebruik, die afgeleid zou moeten worden van de cataloguswaarden van de auto's waarin naar tijdsgelang is gereden, is echter niet zonder intensieve administratieve vastleggingen vast te stellen.

Ingevolge het Besluit van 30 januari 2002, nr. DGB2001/1744M, punt 5, kan voor de berekening van de cataloguswaarde worden uitgegaan van de gewogen gemiddelde catalogusprijs van de auto’s die de betrokkene gelet op zijn positie binnen het bedrijf ter beschikking staan. Dit besluit geeft uitvoering aan de toezegging nadere handreikingen voor autodealers en hun werknemers uit te brengen. In de hierna, bij wijze van voorbeeld, opgenomen afspraak (bijlage1) is de toepasselijke catalogusprijs op praktische wijze vastgesteld. De desbetreffende afspraak heeft mijn instemming.

Onder vergelijkbare omstandigheden kunnen andere werkgevers, in overleg met hun bevoegde inspecteur van de Belastingdienst, voor hun werknemers vergelijkbare collectieve afspraken maken.

2.         Toelichting

De afspraak is gebaseerd op salarisklassen en bijbehorende (gemiddelde) catalogusprijzen voor het jaar 2001. De salarisklassen zijn vastgesteld aan de hand van een feitelijk onderzoek mede op basis van de loongegevens in de automobielbranche.

Bij de vaststelling van de catalogusprijzen is het uitgangspunt gehanteerd dat aan de werknemers in salarisklasse 1) feitelijk de goedkopere modellen van het merk ter beschikking staan, aan klasse 3) het middensegment en aan klasse 5) de duurdere modellen. Klasse 2) is een combinatie van klasse 1) en 3), en klasse 4) een combinatie van klasse 3) en 5). Per model is het goedkoopste en het duurste type geλlimineerd. Ook zeer exceptionele uitvoeringen (bijvoorbeeld race-uitvoeringen en/of zeer zeldzame-modellen) zijn geλlimineerd. Vervolgens zijn de prijzen van de resterende uitvoeringen getotaliseerd en gedeeld door het aantal in aanmerking genomen uitvoeringen, zodat per salarisklasse een gemiddelde catalogusprijs ontstaat. Op basis van de beschikbare gegevens heeft de Belastingdienst, ten behoeve van de eenheid van beleid en uitvoering, voor het jaar 2001 een schema opgesteld van de meest voorkomende automerken. Dit schema is opgenomen als bijlage 2 en kan worden toegepast als de feiten daartoe aanleiding geven. Voor het jaar 2002 zal er een geactualiseerd schema worden gepubliceerd.

Als het (tevens) gaat om ter beschikking gestelde auto’s van een niet genoemd merk of van meerdere merken, dan kan de werkgever met de voor hem bevoegde inspecteur van de Belastingdienst contact opnemen om toepasselijke catalogusprijzen vast te stellen. Tot slot merk ik op dat de wettelijke regeling meebrengt dat, als een werknemer (of een groep werknemers) feitelijk hoofdzakelijk gebruik pleegt te maken van enkele, goedkopere dan wel duurdere modellen, de (gemiddelde) catalogusprijs voor die werknemer(s) op die modellen wordt gebaseerd en niet op het schema.

Bijlage 1: Voorbeeld-afspraak

De ondergetekenden verklaren het volgende te zijn overeengekomen met betrekking tot het jaar 2001.

 

De afspraak wordt gemaakt voor de werknemer in het kader van de bijtelling wegens privι-gebruik voor de inkomstenbelasting vanwege het gebruik van verschillende auto’s die de werkgever aan de werknemer ter beschikking stelt. De aard van de werkzaamheden brengt mee dat aan de werknemers in salarisklasse 1) feitelijk de goedkopere modellen van het merk ter beschikking staan, aan de werknemers in klasse 3) het middensegment en aan de werknemers in klasse 5) de duurdere modellen. Klasse 2) is een combinatie van klasse 1) en 3), en klasse 4) een combinatie van klasse 3) en 5).

1. Rittenstaat

Er hoeft geen rittenstaat ingevuld te worden; uitgangspunt is een bijtelling van 25%.

2. Vaststelling catalogusprijs

Automerk(en):

 

Salarisklassen

Toepasselijke catalogusprijs

..............................................

...................................

1) Tot € 24.958 (f 55.000)

 

2) € 24.958 (f 55.000) tot € 31.765 (f 70.000)

 

3) € 31.765 (f 70.000) tot € 43.109 (f 95.000)

 

4) € 43.109 (f 95.000) tot € 56.723 (f 125.001)

 

5) € 56.723 (f 125.001) en meer

 

 

De indeling van de werknemer in een salarisklasse vindt plaats aan de hand van het jaarloon (dan wel het herrekende jaarloon bij in/of uitdiensttreding in de loop van het jaar) voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen, dat wil zeggen het basisloon inclusief bonussen en provisies (kolom 14 van de loonstaat) en, indien van toepassing, rekening houdend met de zgn. gebruikelijk-loonregeling (artikel 12a Wet op de loonbelasting 1964). Als op enig moment in een kalenderjaar het loon de grens van een klasse passeert, geldt de cataloguswaarde van de desbetreffende salarisklassen tijdsevenredig.

3. Voorwaarden

1.   De afspraak kan uitsluitend fiscale gevolgen hebben als de gegevens bij punt 2 zijn geaccordeerd door de inspecteur die bevoegd is ten aanzien van de werkgever.

 

2.   De werknemer gaat bij zijn aangifte inkomstenbelasting over 2001 uit van een bijtellingspercentage van 25 in combinatie met de catalogusprijs die hoort bij zijn salarisklasse uitgaande van de gegevens zoals vermeld in deze afspraak.

 

3.   Op de loonbelastingkaart van de desbetreffende werknemers vermeldt de werkgever code 02 (in plaats van 01).

 

4.   De werkgever bewaart de ten behoeve van zijn werknemers gemaakte afspraken bij zijn loonadministratie.

 

5.   De werkgever meldt een eventuele wijziging in de omstandigheden (waaronder de situatie dat in de praktijk slechts gebruik is of wordt gemaakt ιιn of enkele auto's met een hogere of lagere cataloguswaarde dan vastgesteld bij punt 2) onverwijld aan zijn inspecteur van de Belastingdienst.

 

6.   De werknemer verklaart door ondertekening dat er geen afspraak geldt met de voor hem bevoegde inspecteur van de Belastingdienst en dat hij door ondertekening akkoord gaat met de inhoud en naleving van deze afspraak, onder vermelding van naam, adres, woonplaats, SoFi-nummer en functie binnen het bedrijf.

 

7.   De werkgever verklaart zich door ondertekening akkoord met de inhoud van deze afspraak en met de naleving ervan, onder vermelding van zijn naam, adres en loonbelastingnummer.

 

8.   Als niet voldaan wordt aan een of meer van de voorwaarden, geldt voor de desbetreffende werknemer tijdsevenredig een bijtelling wegens privι-gebruik van 25% met betrekking tot de auto’s waarin achtereenvolgens is gereden, tenzij de werknemer anderszins kan laten blijken. Als feitelijk hoofdzakelijk gebruik gemaakt is of wordt van ιιn of enkele, goedkopere dan wel duurdere modellen, brengt de wettelijke regeling mee dat de (gemiddelde) catalogusprijs voor die werknemer(s) op die modellen wordt gebaseerd en niet op het schema.

 

Gegevens werknemer

Naam:

Adres:

Woonplaats:

SoFi-nummer:

Functie:

Salaris:

Bedrag toepasselijke catalogusprijs:

Datum en handtekening voor akkoord:

 

Gegevens werkgever

Naam:

Adres:

Postcode:

Vestigingsplaats:

Loonbelastingnummer:

Automerk(en):

Datum en handtekening voor akkoord:

Bijlage 2: Gewogen gemiddelde cataloguswaarden per merk naar salarisklassen voor 2001

Salaris-

merk

Klasse

gewogen gemiddelde cataloguswaarden in € (f)s

 

 

Alfa Romeo

Audi

BMW

Citroλn

......

.................

.................

.................

................

1)

€ 23.256 (51.250)

€ 21.895 (48.250)

€ 29.881 (  65.850)

€ 11.844 (26.100)

2)

€ 25.480 (56.150)

€ 24.504 (54.000)

€ 31.628 (  69.700)

€ 17.425 (38.400)

3)

€ 27.703 (61.050)

€ 27.113 (59.750)

€ 33.398 (  73.600)

€ 23.029 (50.750)

4)

€ 33.512 (73.850)

€ 35.735 (78.750)

€ 39.955 (  88.050)

€ 27.635 (60.900)

5)

€ 39.320 (86.650)

€ 44.357 (97.750)

€ 46.512 (102.500)

€ 32.218 (71.000)

 

 

Chrysler

Daewoo

Daihatsu

Fiat

......

................

.................

.................

................

1)

€ 18.923 (41.700)

€ 12.479 (27.500)

€ 11.866 (26.150)

€ 12.683 (27.950)

2)

€ 25.412 (56.000)

€ 16.223 (35.750)

€ 13.931 (30.700)

€ 16.722 (36.850)

3)

€ 31.992 (70.500)

€ 19.966 (44.000)

€ 16.018 (35.300)

€ 20.760 (45.750)

4)

€ 35.168 (77.500)

€ 21.214 (46.750)

€ 20.511 (45.200)

€ 25.820 (56.900)

5)

€ 39.207 (86.400)

€ 22.462 (49.500)

€ 25.026 (55.150)

€ 30.880 (68.050)

 

 

Ford

Honda

Hyundai

Kia

......

.................

.................

.................

................

1)

€ 12.706 (28.000)

€ 18.787 (41.400)

€ 11.866 (26.150)

€ 12.592 (27.750)

2)

€ 19.853 (43.750)

€ 22.235 (49.000)

€ 16.245 (35.800)

€ 16.495 (36.350)

3)

€ 27.000 (59.500)

€ 25.752 (56.750)

€ 20.647 (45.500)

€ 20.420 (45.000)

4)

€ 31.084 (68.500)

€ 30.630 (67.500)

€ 24.595 (54.200)

€ 24.277 (53.500)

5)

€ 35.168 (77.500)

€ 35.531 (78.300)

€ 28.565 (62.950)

€ 28.134 (62.000)

 

 

Lada

Lancia

Land/Range Rover

Mazda

......

.................

.................

.................

................

1)

€   9.938 (21.900)

€ 14.521 (32.000)

€ 32.128 (  70.800)

€ 13.160 (29.000)

2)

€ 10.369 (22.850)

€ 20.647 (45.500)

€ 39.819 (  87.750)

€ 17.856 (39.350)

3)

€ 10.800 (23.800)

€ 26.773 (59.000)

€ 47.511 (104.700)

€ 22.576 (49.750)

4)

€ 11.072 (24.400)

€ 30.426 (67.050)

€ 62.168 (137.000)

€ 25.298 (55.750)

5)

€ 11.345 (25.000)

€ 34.079 (75.100)

€ 77.143 (170.000)

€ 28.134 (62.000)

 

 

Mercedes

Mini 1)

Mitsubishi

Nissan

......

.................

.................

.................

................

1)

€ 23.833 (  52.520)

€ 18.718 (41.250)

€ 13.931 (30.700)

€ 12.161 (26.800)

2)

€ 30.744 (  67.750)

#)

€ 17.493 (38.550)

€ 16.858 (37.150)

3)

€ 37.664 (  83.000)

#)

€ 21.055 (46.400)

€ 21.532 (47.450)

4)

€ 43.427 (  95.700)

#)

€ 29.042 (64.000)

€ 30.335 (66.850)

5)

€ 49.144 (108.300)

#)

€ 37.028 (81.600)

€ 39.161 (86.300)

.....

1)   Toepasbaar als dit merk feitelijk zelfstandig te onderscheiden van BMW respectievelijk Mercedes wordt aangeboden (bijvoorbeeld in een afzonderlijke showroom en door werknemers die geen ander merk verkopen). Het bij #) toepasselijke bedrag wordt vastgesteld in overleg met de bevoegde inspecteur van de Belastingdienst.

 

 

Opel

Peugeot

Renault

Rover

......

.................

.................

.................

................

1)

€ 13.205 (29.100)

€ 10.913 (24.050)

€ 11.163 (24.600)

€ 18.923 (41.700)

2)

€ 18.582 (40.950)

€ 14.090 (31.050)

€ 16.450 (36.250)

€ 21.555 (47.500)

3)

€ 23.960 (52.800)

€ 17.289 (38.100)

€ 21.736 (47.900)

€ 24.186 (53.300)

4)

€ 30.154 (66.450)

€ 25.412 (56.000)

€ 31.061 (68.450)

€ 29.949 (66.000)

5)

€ 36.370 (80.150)

€ 33.557 (73.950)

€ 40.386 (89.000)

€ 35.735 (78.750)

 

 

Saab

Seat

Skoda

Smart 1)

......

.................

.................

.................

................

1)

€ 29.972 (66.050)

€ 13.114 (28.900)

€ 13.613 (30.000)

€ 10.324 (22.750)

2)

€ 33.262 (73.300)

€ 15.633 (34.450)

€ 15.701 (34.600)

€ 13.972 (30.790)

3)

€ 36.529 (80.500)

€ 18.151 (40.000)

€ 17.788 (39.200)

#)

4)

€ 39.797 (87.700)

€ 25.956 (57.200)

€ 19.853 (43.750)

#)

5)

€ 43.064 (94.900)

€ 33.761 (74.400)

€ 21.918 (48.300)

#)

.....

1)   Toepasbaar als dit merk feitelijk zelfstandig te onderscheiden van BMW respectievelijk Mercedes wordt aangeboden (bijvoorbeeld in een afzonderlijke showroom en door werknemers die geen ander merk verkopen). Het bij #) toepasselijke bedrag wordt vastgesteld in overleg met de bevoegde inspecteur van de Belastingdienst.

 

 

Ssang Yong

Subaru

Suzuki

Toyota

......

.................

.................

.................

................

1)

€ 31.583 (69.600)

€ 11.866 (26.150)

€   7.873 (17.350)

€ 14.612 (32.200)

2)

€ 32.967 (72.650)

€ 18.855 (41.550)

€ 11.934 (26.300)

€ 18.900 (41.650)

3)

€ 34.328 (75.650)

€ 25.820 (56.900)

€ 15.973 (35.200)

€ 23.188 (51.100)

4)

€ 35.713 (78.700)

€ 27.476 (60.550)

€ 19.626 (43.250)

€ 32.468 (71.550)

5)

€ 37.074 (81.700)

€ 29.133 (64.200)

€ 23.279 (51.300)

€ 41.748 (92.000)

 

 

Volkswagen

Volvo

......

.................

.................

1)

€ 13.273 (29.250)

€ 23.438 (51.650)

2)

€ 19.127 (42.150)

€ 29.065 (64.050)

3)

€ 24.981 (55.050)

€ 34.692 (76.450)

4)

€ 32.060 (70.650)

€ 37.868 (83.450)

5)

€ 39.161 (86.300)

€ 41.022 (90.400)

 

De bijtelling bedraagt 25% van de corresponderende cataloguswaarde.