De Staatssecretaris heeft een aantal besluiten herzien. Dit in verband met het invoeren van de euro.

 

 

Het betreft:

 

(Ö)

 

Eenmalige financiŽle compensatieregelingen voor militairen.

Besluit van 19 november 2001, nr. CPP2001/2137M (vervangt Besluit van 7 maart 2001, nr. CPP2001/416M)

Tevens is de passage over de Uitkeringswet KNIL-dienstplichttijd verwijderd, omdat deze regeling zijn belang heeft verloren;

†(Ö)

 

Eenmalige financiŽle compensatieregelingen voor militairen

Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling, domein belastingen op arbeid en vermogen

 

Besluit van 19 november 2001, nr. CPP2001/2137M

 

De directeur-generaal Belastingdienst heeft namens de staatssecretaris van FinanciŽn het volgende besloten.

 

Dit besluit is een herziene versie van het besluit van 7 maart2001, nr. CPP2001/416M. Het besluit is herzien in verband met de omzetting van guldensbedragen in eurobedragen per 1 januari 2002. De passage over de Uitkeringswet KNIL-dienstplichttijd (Stb. 1994, 50) is verwijderd omdat deze regeling zijn belang heeft verloren. Voor het overige bevat dit besluit inhoudelijk geen wijzigingen.

 

In de Uitkeringswet financiŽle compensatie langdurige militaire dienst (Stb. 1992, 367) is een regeling getroffen voor bepaalde groepen militairen die ten minste vijf jaar onder de wapenen zijn geweest. Op grond van deze wet kan de Minister van Defensie een eenmalige netto-uitkering verlenen tot een bedrag van ten hoogste Ä 3.403,35.

 

In de Uitkeringswet tegemoetkoming twee tot vijfjarige diensttijd veteranen (Stb. 1997, 728) is een regeling opgenomen inzake een tegemoetkoming in de vorm van een eenmalige uitkering door het Rijk aan militairen die meer dan twee doch minder dan vijf jaar als dienst- of reserveplichtige, als oorlogsvrijwilliger dan wel als schutterplichtige bij de krijgsmacht van het Koninkrijk hetzij tijdens de Tweede Wereldoorlog, dan wel in het voormalig Nederlands-IndiŽ, in Korea of in het voormalig Nederlands Nieuw-Guinea in werkelijke dienst zijn geweest. Op grond van deze wet kan een eenmalige netto-uitkering worden verleend tot een bedrag van ten hoogste Ä 454,78.

 

De over de bovenstaande netto-uitkeringen verschuldigde bedragen aan inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen komen in de vorm van een lumpsumheffing voor rekening van het Rijk.

 

In de Uitkeringswet KNIL beroepsmilitairen (Stb. 1998, 182) is een regeling opgenomen inzake een eenmalige financiŽle compensatie voor beroepsmilitairen die ten minste vijf maar minder dan vijftien jaren bij het voormalige KNIL in werkelijke dienst zijn geweest. Op grond van deze wet kan de Stichting Administratie Indonesische Pensioenen een eenmalige netto-uitkering verlenen tot een bedrag van ten hoogste Ä 3.403,35. De over deze netto-uitkering verschuldigde bedragen aan inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen komen voor rekening van de Stichting.

In verband met het vorenstaande dient een op grond van de hiervoor genoemde regelingen ontvangen uitkering buiten het belastbare inkomen uit werk en woning te worden gelaten en komen geen inhoudingen voor verrekening in aanmerking.

Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2002.

Vervallen besluit

Het besluit van 7 maart 2001 nr. CPP2001/416M vervalt per 1 januari 2002.