Persoonsgebonden re´ntegratiebudgetten

 

Dienstonderdeel Belastingdienst/Centrum voor Proces- en Productontwikkeling, Domein Belastingen op arbeid en vermogen

 

Besluit van 1 juli 1999, nr. DB99/1948M[1]

(1e herdruk van 21 december 2000, nr. CPP2000/2755M voor de heffing van de loonbelasting/premie volksverzekeringen; opnieuw uitgebracht voor de toepassing van de Wet IB 2001)

 

 

De Directeur-generaal Belastingdienst heeft namens de staatssecretaris van FinanciŰn het volgende besloten.

 

1. Inleiding

 

Op grond van de Experimentele regeling subsidieverstrekking arbeidsgehandicapten (Stcrt. 205, d.d. 27 oktober 1998) kan aan bepaalde arbeidsgehandicapten desgevraagd een persoonsgebonden re´ntegratiebudget (hierna: Prb) worden verstrekt in plaats van de reeds bestaande voorzieningen. Persoonsgebonden re´ntegratiebudget is een subsidie in de vorm van een standaardbudget of een subsidie in de vorm van een budget op maat (zie hierna).

 

In dit besluit wordt ingegaan op de regeling en de daaraan verbonden fiscale aspecten.

 

2. Inhoud experiment

 

1. De gemeenten Maastricht, Eysden, Gulpen-Wittem, Margraten, Meerssen, Vaals, Valkenburg aan de Geul, Utrecht, Amersfoort en Den Haag kunnen op aanvraag een Prb verstrekken aan een arbeidsgehandicapte, als bedoeld in artikel 13a van de Wet inschakeling werkzoekenden, die woonachtig is in de desbetreffende gemeente, in plaats van voorzieningen als bedoeld in artikel 8a van het Besluit uitvoering en financiering Wet inschakeling werkzoekenden, voor zover deze geen betrekking hebben op re´ntegratie-instrumenten voor werkgevers.

 

2. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) en de Arbeidsvoorzieningsorganisatie kunnen op aanvraag aan een arbeidsgehandicapte als bedoeld in artikel 10 van de Wet (re)integratie arbeidsgehandicapten (Rea) en artikel 4 van de Arbeidsvoorzieningswet, die woont in een bepaald werkgebied waarbinnen ÚÚn of meer van de bovenvermelde gemeenten gelegen zijn, een Prb verstrekken dat in de plaats treedt van voorzieningen bedoeld in artikel 22 Rea en artikel 2, eerste lid, Besluit re´ntegratie-instrumenten arbeidsgehandicapten Arbeidsvoorziening, voor zover deze geen betrekking hebben op re´ntegratie-instrumenten voor werkgevers.

 

In beide gevallen dient de arbeidsgehandicapte voorts aan een aantal nadere voorwaarden te voldoen. Het Prb is bestemd voor het "inkopen" van:

a. activiteiten gericht op behoud of herstel van de arbeidsgeschiktheid of die de arbeidsgeschiktheid bevorderen, die kunnen bijdragen aan een duurzame re´ntegratie in het arbeidsproces (training, advies, begeleiding);

b. voor het verrichten van de onder a bedoelde activiteiten noodzakelijke voorzieningen.

 

Concrete voorbeelden van bestemming van een Prb zijn: scholing en vervoerskosten, advies- en bemiddelingskosten.

 

Het standaardbudget bestaat uit een eenmalige uitkering van maximaal f 10.000 (C 4.538) voor de periode van een jaar, te rekenen vanaf de datum waarop de subsidie is verleend. Indien de kosten hoger zijn dan het maximum van het standaardbudget, of indien de activiteiten langer dan een jaar zullen duren kan in plaats van een standaardbudget eenmalig een budget op maat worden verstrekt van maximaal f 50.000 (C 22.689). Voor een budget op maat moeten een individueel trajectplan en een kostenbegroting worden overgelegd.

 

Na afloop van de gesubsidieerde activiteiten c.q. het tijdvak waarover subsidie is verleend, moet degene aan wie een subsidie in de vorm van een Prb is verstrekt een aanvraag indienen voor vaststelling van de subsidie. De subsidieverlening (toekenning van het Prb) moet worden gezien als de verstrekking van een voorschot waarop de subsidievaststelling volgt.

 

Bij de aanvraag voor vaststelling van de subsidie moet een verantwoording en declaratie worden overgelegd. Indien sprake is van subsidieverstrekking in de vorm van een budget op maat, omvat de verantwoording en declaratie tevens een vergelijking met het aanvaarde individuele trajectplan en de kostenbegroting. De deelnemer aan het experiment krijgt te maken met een "casemanager" die de administratieve beheerder van het Prb is. De deelnemer moet verantwoording afleggen aan deze casemanager. De casemanager is aanspreekpunt, verstrekt informatie en volgt de deelnemer.

 

3. Fiscale gevolgen

 

De subsidie in de vorm van een Prb is, zoals uit het vorenstaande blijkt, eenmalig. De subsidie vloeit voort uit een zelfstandige rechtsverhouding, onafhankelijk van eventuele andere uitkeringen.

 

Voorzover de subsidie onder omstandigheden zou zijn aan te merken als een bron van inkomen, kan - ervan uitgaande dat de Rea-voorzieningen gelijk zijn aan de voorheen in artikel 57 van de Algemene arbeidsongeschiktheidswet geregelde voorzieningen - de vrijstelling van artikel 11, eerste lid, onderdeel l, van de Wet op de loonbelasting 1964 toepassing vinden.

 

In verband met de mogelijkheid dat het Prb mede betrekking heeft op kosten die in beginsel als buitengewone uitgaven zijn aan te merken, zal bij de voorziene evaluatie van de experimentele regeling worden bezien of en in hoeverre renseignering van Prb's aan de Belastingdienst wenselijk is. Uitgangspunt bij het verstrekken van Prb's is dat er geen dienstbetrekkingen in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964 totstandkomen tussen de desbetreffende arbeidsgehandicapten en een verlener van met Prb-gelden ingekochte hulp. Desondanks is het in de praktijk niet uit te sluiten dat dit toch gebeurt. De desbetreffende arbeidsgehandicapte is in voorkomende gevallen verantwoordelijk voor de inhouding en afdracht van loonbelasting en premies. Ook aan de mate waarin, in strijd met het vorengenoemde uitgangspunt, mogelijk toch arbeidsverhoudingen in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964 ontstaan, zal aandacht worden besteed bij de evaluatie van het experiment. Ik heb de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid inmiddels verzocht mij te zijner tijd bij de evaluatie van het experiment te betrekken.



[1] 1e herdruk van 21 december 2000, nr. CPP2000/2755M voor de heffing van de loonbelasting/premie volksverzekeringen; opnieuw uitgebracht voor de toepassing van de Wet IB 2001.