De volgende besluiten zijn afgegeven in het kader van de invoering van de Wet IB 2001. Deze wijken inhoudelijk niet af van de IB 1964-besluiten die tussen haakjes zijn vermeld.

Het betreft besluiten die van belang blijven voor de toepassing van de Wet IB 2001, maar waarvoor een redactionele aanpassing nodig was. Hierbij kunt u denken aan omzetting van verwijzingen naar bepalingen in de Wet IB 1964.

 

De volgende besluiten zijn afgegeven:

 

(Ö)

 

Legaten aan executeurs-testamentair

Besluit van 18 december 2000, nr. CPP2000/2723M (voor de Wet IB 1964 het Besluit van 29 oktober 1945, nr. 66);

 

(Ö)

 

Legaten aan executeurs-testamentair

Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling, domein belastingen op arbeid en vermogen

 

Besluit van 18 december 2000, nr. CPP2000/2723M

 

De directeur-generaal Belastingdienst heeft namens de staatssecretaris van FinanciŽn het volgende besloten.

 

Dit besluit is opnieuw uitgebracht voor de toepassing van de Wet IB 2001. Hiermee is geen inhoudelijke wijziging beoogd ten opzichte van de regeling die gold voor de toepassing van de Wet IB 1964, besluit van 29 oktober 1945, nr. 66.

 

Gelet op de ratio van het Besluit van 13 juli 1944, no. 3, (nog van belang verklaard bij Besluit van 1 februari 1991, nr. PFC91/187) inzake samenloop van inkomstenbelasting en successierecht bij legaten en erfstellingen aan werknemers, acht ik termen aanwezig om met betrekking tot aan de executeurs-testamentair toegekende beloningen een analoog standpunt in te nemen.

 

De samenloop van inkomstenbelasting en successierecht brengt met zich mee dat ik goedkeur, dat de aan executeurs-testamentair toegekende beloningen waarover successierecht is geheven, niet tot hun inkomen uit werk en woning worden gerekend.

 

Dit besluit treedt in werking met ingang van het belastingjaar 2001.