De volgende besluiten zijn afgegeven in het kader van de invoering van de Wet IB 2001. Deze wijken inhoudelijk niet af van de IB 1964-besluiten die tussen haakjes zijn vermeld.

Het betreft besluiten die van belang blijven voor de toepassing van de Wet IB 2001, maar waarvoor een redactionele aanpassing nodig was. Hierbij kunt u denken aan omzetting van verwijzingen naar bepalingen in de Wet IB 1964.

 

De volgende besluiten zijn afgegeven:

 

(Ö)

 

Scholingsuitgaven. Personal computer

Besluit van 14 december 2000, nr. CPP2000/2718M (voor de Wet IB 1964 het Besluit van 19 juni 1991, nr. DGM91-450, zoals laatstelijk gewijzigd bij Besluit van 27 mei 1993, nr. CA93/100 en 18 april 1997, nr. DB97/1420M);

 

(Ö)

 

Scholingsuitgaven. Personal computer

Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling, domein belastingen op arbeid en vermogen

 

Besluit van 14 december 2000, nr. CPP2000/2718M

 

De directeur-generaal Belastingdienst heeft namens de staatssecretaris van FinanciŽn het volgende besloten.

 

Dit besluit is opnieuw uitgebracht voor de toepassing van de Wet IB 2001. Hiermee is voor wat de aftrek van scholingsuitgaven betreft geen inhoudelijke wijziging beoogd ten opzichte van de regeling die gold voor de toepassing van de Wet IB 1964, besluit van 19 juni 1991, nr. DGM91-450, zoals laatstelijk gewijzigd bij besluit van 27 mei 1993, nr. CA93/100 en 18 april 1997, nr. DB97/1420M.

 

Om praktische redenen heb ik voor de aftrek van de pc (waarmee in dit verband steeds wordt bedoeld de personal computer inclusief toebehoren en randapparatuur) als scholingsuitgaven het navolgende beleid vastgesteld.

 

De Hoge Raad heeft in het arrest van 31 maart 1993, rolnummer 29.038 (BNB 1993/170), aangegeven dat de als studiekosten aan te merken afschrijvingskosten van een pc voor het volle bedrag kunnen worden gerekend tot de uitgaven in de zin van het toenmalige artikel 46, lid 1, onderdeel c, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, voorzover zij in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs plegen te worden gemaakt en niet louter op persoonlijke voorkeur berusten.

In navolging van dit arrest kan op grond van de artikelen 6.27 en volgende van de Wet IB 2001 het afschrijvingsbedrag van de pc dat betrekking heeft op het desbetreffende jaar als scholingsuitgaven worden aangemerkt.

Dit afschrijvingsbedrag kan als volgt worden berekend:

 

-†††† De afschrijvingstermijn wordt gesteld op 3 jaar (lineair).

-†††† Voor de berekening van de afschrijving dient rekening te worden gehouden met een restwaarde van 10%.

 

Bij aanschaf van een tweedehands pc kan deze berekeningswijze ook worden toegepast. Is de pc bij aanschaf tenminste een jaar oud, dan kan evenwel van een afschrijvingstermijn van twee jaar worden uitgegaan.

Met betrekking tot de toetsing aan het redelijkheidscriterium geldt dat bij pcís met een aanschafprijs onder de f 7.000 het aannemelijk kan worden geacht dat hieraan reeds invulling is gegeven. Daarboven moet het redelijkheidscriterium individueel worden getoetst.

Uiteraard kan aftrek, met inachtneming van de in artikel 6.30 van de Wet IB 2001 genoemde bedragen, alleen worden verleend indien en voorzover de pc voor opleidings- en/of studiedoeleinden (in de zin van artikel 6.27 Wet IB 2001) wordt gebruikt en tevens wordt voldaan aan de voorwaarden die de Hoge Raad in bovenvermeld arrest heeft geformuleerd.

 

Dit besluit treedt in werking met ingang van het belastingjaar 2001.