(Tekst geldend op: 30-10-2006)

 

Afkoop van nog niet ingegane pensioen onder de werking van de door Nederland gesloten belastingverdragen en de Belastingregeling voor het Koninkrijk

††

Ten vervolge op de aanschrijving van 17 juni 1987, nr. 087-1354, deel ik u het volgende mede.

De in die aanschrijving aangehaalde arresten van de Hoge Raad van 13 mei 1987, nr. 24.315 (BNB 1987/207) en van 20 mei 1987, nr. 23.792, leiden ertoe dat afkoopsommen van nog niet ingegane particuliere pensioenen genoten door voormalige inwoners van Nederland onder de werking van de belastingverdragen die geen specifieke regeling voor afkoopsommen bevatten en die voorts voor particuliere pensioenen en andere soortgelijke beloningen een woonstaatheffing kennen, hier te lande niet in de belastingheffing kunnen worden betrokken.

Het pensioenartikel is in de diverse belastingverdragen echter niet steeds hetzelfde geredigeerd. Daardoor is in de uitvoeringspraktijk de vraag gerezen in hoeverre deze onder de belastingverdragen met Finland en Ierland gewezen arresten, kunnen worden toegepast onder de Belastingregeling voor het Koninkrijk en de overige belastingverdragen, waarin het heffingsrecht over particuliere pensioenen en andere soortgelijke beloningen wordt toegewezen aan de woonstaat.

Teneinde te komen tot een uniforme behandeling treft u hierna een overzicht aan van landen in welker relatie over afkoopsommen van particuliere pensioenen aan die landen het recht tot belastingheffing toekomt. Het betreft de volgende landen:

1.†† BelgiŽ

2.Bondsrepubliek Duitsland

3.†† Frankrijk

4.†† IsraŽl

5.†† Japan

6.JoegoslaviŽ

7.Luxemburg

8.†† Malta

9.†† Marokko

10.Noorwegen

11.Oostenrijk

12.Polen

13.RoemeniŽ

14.Spanje

15.Suriname

16.Tsjechoslowakije

17.Zuid Afrika

18.Zweden

19.Zwitserland

20.Aruba

21.Nederlandse Antillen

22.IndonesiŽ

23.Korea

24.Thailand

25.Canada (oud)

26.Hongarije (oud)

27.Sovjet Unie

28.Denemarken

29.Singapore

 

In dit overzicht zijn in de eerste plaats al die landen opgenomen waarmee een pensioenartikel is overeengekomen dat qua inhoud en bewoordingen gelijk is aan de pensioenartikelen in de belastingverdragen met Finland en Ierland. Dat zijn de onder 1 tot en met 21 genoemde landen.

Voorts zijn in dit overzicht onder 22 tot en met 24 opgenomen de verdragslanden waarmee een pensioenartikel is overeengekomen waarin het heffingsrecht aan de werkstaat wordt toegekend indien het pensioen in die staat ten laste van de winst is gekomen doch waarin het heffingsrecht aan de woonstaat wordt toegekend indien zulks niet het geval is. Op grond van voormelde arresten kunnen pensioenafkopen vanuit de drie verdragslanden in Nederland niet worden belast indien ze niet ten laste van de Nederlandse winst zijn gebracht. Is dat echter wel het geval geweest, dan dient toepassing van vorenbedoelde arresten achterwege te blijven en behoort belastingheffing in Nederland plaats te vinden.

Verder zijn er enige belastingverdragen waarin het pensioenartikel ontbreekt (verdragen met Canada (oud), Hongarije (oud), en de Sovjet Unie) of waarin het pensioenartikel zodanig is geredigeerd dat het niet van toepassing is op afkoopsommen van particuliere pensioenen (verdragen met Denemarken en Singapore).

Met betrekking tot die vijf onder 25 tot en met 29 genoemde belastingverdragen kan het standpunt worden ingenomen dat bij afkoop van een particuliere pensioen het saldo-artikel in die verdragen van toepassing is, waardoor naar die landen uitgekeerde afkoopsommen hier te lande niet in de belastingheffing kunnen worden betrokken.

Voorts deel ik u mede, dat met betrekking tot de in het overzicht genoemde landen toepassing van de arresten van 13 en 20 mei 1987 uitsluitend dient te geschieden voor die gevallen waarin de afkoop plaatsvindt na het verbreken van de dienstbetrekking. Met betrekking tot afkopen die plaatsvinden tijdens het bestaan van de dienstbetrekking dient het standpunt te worden ingenomen dat de afkoopsom het karakter van loon draagt, waardoor de arbeidsartikelen van toepassing zijn en niet het pensioenartikel of het saldo-artikel.

Volledigheidshalve merk ik op dat onder de werking van de verdragen met AustraliŽ, Canada (nieuw), Griekenland, Hongarije (nieuw), ItaliŽ, Nieuwzeeland, Pakistan, Sri Lanka, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten van Amerika en Zambia over naar die landen uitgekeerde afkoopsommen aan Nederland het recht tot belastingheffing toekomt op grond van de in die verdragen getroffen regelingen en de voor zoveel van belang op dit terrein gewezen jurisprudentie.

††